Borstamputatie › Treant Zorggroep

Borstamputatie

Borstamputatie

Bij een borstamputatie wordt het borstklierweefsel met daarin de tumor en de tepel verwijderd. Bij de meeste mensen is de pijn na een borstamputatie dragelijk. Dat houdt in dat u zich vrij snel weer zelfstandig kunt redden. Emotioneel gezien kan de operatie ingrijpend zijn.

De lymfeklieren
Tijdens de operatie wordt niet alleen de tumor of uw borst verwijderd, maar vindt er ook een operatie aan de lymfeklieren plaats. Het aantal lymfeklieren wat wordt verwijderd, hangt af van of er van tevoren aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de lymfeklieren. Als die er zijn, dan worden alle lymfeklieren uit de oksel verwijderd, een zogenaamd okselkliertoilet. Als er van tevoren geen uitzaaiingen zijn vastgesteld dan krijgt u een schildwachtklierprocedure.

Okselkliertoilet
Als er voor de operatie helaas wel aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de lymfeklieren in de oksel, ondergaat u geen schildwachtklierprocedure, maar een okselkliertoilet. Een okselkliertoilet houdt in dat alle lymfeklieren uit uw oksel worden verwijderd. Dat zijn er tien tot twintig.

De lymfeklieren liggen in het okselvet. Daarin zitten ook lymfevaten en zenuwen. Om de lymfeklieren te verwijderen, snijdt de chirurg de grotere lymfevaten en enkele gevoelszenuwen door. Daardoor kunt u lymfoedeem als vervelend probleem (complicatie) krijgen. Na de operatie is namelijk de afvoer van lymfevocht vanuit de arm en/of de hand onderbroken, dit kan tijdelijk of langdurige vochtophoping in de arm geven (lymfoedeem). Het vocht hoopt zich op, waardoor de arm of hand aan de geopereerde kant dikker wordt. Soms is de zwelling nauwelijks te zien, soms wordt uw arm dik. Vaak voelt de arm strak, zwaar, gespannen en moe aan. Dit kan snel na de operatie optreden, maar ook pas na verloop van tijd.

Het is belangrijk om meteen aan de bel te trekken bij uw verpleegkundig consulent oncologie als u last van vochtophoping krijgt. Hoe eerder het ontdekt wordt, des te beter is het te behandelen. Van tevoren is niet te voorspellen of u hier last van krijgt en in welke mate. Ook kunt u tintelingen in uw arm en hand voelen, dit heeft te maken met de gevoelszenuwen die zijn doorgenomen.

Schildwachtklierprocedure
Als er voor de operatie geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de lymfeklieren in de oksel, dan ondergaat u een schildwachtklierprocedure.

De schildwachtklier is de eerste lymfeklier die de afvloed vanuit de borst verzorgt. Deze klier wordt ook wel poortwachtklier of sentinel node genoemd. Meestal is dit een lymfeklier in de oksel, soms een klier naast het borstbeen. Borstkankercellen kunnen via de lymfebanen in de lymfeklieren terechtkomen. De schildwachtklier is in dat geval de eerste klier die wordt aangetast.

Het is belangrijk om te weten of er inderdaad borstkankercellen in de schildwachtklier zitten. Dit bepaalt onder ander of u wel of niet een nabehandeling moet ondergaan, zoals chemotherapie en/of hormonale therapie.

Voor de schildwachtklierprocedure wordt de dag voorafgaand aan de operatie of soms op de dag van de operatie zelf, bij de afdeling nucleaire geneeskunde een nucleaire stof rond de tumor in uw borst gespoten Dit stofje verspreidt zich via de lymfebaan naar de schildwachtklier. Door middel van foto’s of een scan wordt de plaats van de schildwachtklier bepaald. Het maken van de foto’s en het bepalen van de plaats van de schildwachtklier duurt ongeveer 45 minuten. Tijdens de operatie injecteert de chirurg een blauwe kleurstof rond de tumor. Deze stof verspreidt zich via de lymfebanen. De chirurg kan zo de schildwachtklier opsporen.

Na de schildwachtklierprocedure
De blauwe kleurstof wordt via de urine uitgescheiden. Uw urine en ontlasting zijn dan ook enige tijd blauw of groen van kleur. Als u een borstsparende operatie hebt ondergaan, kan uw borst ook blauw gekleurd zijn. Soms blijft deze kleur enige tijd aanwezig. Ook ziet uw gezicht er misschien tijdelijk wat grauw uit. In uitzonderlijke gevallen veroorzaakt de kleurstof een allergische reactie.

Bijzonderheden
Bij 95% van de patiënten wordt de schildwachtklier gevonden. Lukt het niet, dan kan de  chirurg besluiten om direct al uw okselklieren te verwijderen.

Bij meer dan 95% van de patiënten worden er geen tumorcellen in de verwijderde schildwachtklier gevonden. In dat geval is er slechts een geringe kans (7%) op lymfoedeem.

Bij een kleine groep patiënten (minder dan 5%) wordt de uitzaaiing niet aangetroffen in de schildwachtklier maar is er wel een uitzaaiing aanwezig. Dat betekent dat de schildwachtklier schoon is, maar dat er in andere okselklieren toch tumorcellen zitten. Komen deze cellen na verloop van tijd tot ontwikkeling, dan kan het zijn dat alsnog al uw okselklieren worden verwijderd.

Onderzoek van uw borstweefsel
Na de operatie onderzoekt de patholoog-anatoom uw borstweefsel en eventuele lymfeklieren nauwkeurig. Er wordt onder andere gekeken of de tumor volledig is verwijderd, wat de exacte afmetingen zijn en of er zich wellicht nog op andere plekken in de borst tumorcellen bevinden. Ook worden een aantal tumoreigenschappen bepaald. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt of de tumor een hoog-risico tumor of een laag-risico tumor is. Alle uitslagen samen bepalen of verdere aanvullende behandeling noodzakelijk is. Dit wordt besproken in ons multidisciplinaire mammateam. Op basis van een hoog-risico of laag-risico borstkanker wordt bepaald of u in aanmerking komt voor aanvullende behandeling met chemotherapie.

MammaPrint
Soms is er twijfel over het inzetten van chemotherapie. Dan wordt op verzoek de zogenaamde MammaPrint ingezet. Deze methode kijkt naar het genetisch profiel van de tumor. En geeft ook een hoog-risico of een laag-risico score. Alleen als beide methoden hoog-risico scoren is chemotherapie zinvol. Als een van beide methoden een laag-risico scoort is het een overweging om de chemotherapie achterwege te laten.

De MammaPrint is niet altijd zinvol. Er zijn namelijk situaties waarin de uitslag van deze test geen extra informatie geeft. Met de chirurg of internist-oncoloog kunt u overleggen of u in aanmerking komt voor de MammaPrint en of deze zinvol is voor uw situatie. De MammaPrint zegt niets over erfelijkheid. Daarvoor is een ander onderzoek nodig. Ook zijn er tumoren en situaties waarbij chemotherapie altijd nodig is, ook dan wordt de MammaPrint niet toegepast.

Uitslag
Ongeveer een week na de operatie komt u terug op het Mammacentrum om de uitslag  te bespreken. Wij raden u aan om een familielid of andere naaste mee te nemen.

Aan de hand van de uitslag wordt de eventuele nabehandeling besproken. De mogelijkheden voor nabehandeling zijn:

Directe borstreconstructie
Ondergaat u een borstamputatie? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor een directe reconstructie van de borst. Er zijn verschillende methoden van reconstructie. De meest gebruikelijke is een reconstructie met prothese. Hierbij opereren de chirurg en de plastisch chirurg samen tijdens de operatie waarin uw eigen borst wordt verwijderd. De chirurg verwijdert uw klierweefsel, de huid en de tepel. Daarna voert de plastisch chirurg de reconstructie uit; hij plaatst dan een tijdelijke prothese onder uw borstspier. Deze wordt in de maanden erna langzaam gevuld met water en uiteindelijk via een tweede operatie vervangen door een definitieve prothese.

Reconstructie in later stadium
Is uw borst al verwijderd? Dan kunt u ook in een later stadium voor een reconstructie kiezen. U krijgt dan een doorverwijzing naar de plastisch chirurg, die de mogelijkheden met u bespreekt.