Kraamtijd › Treant Zorggroep

Kraamtijd

Kraamtijd

Tijdens het kraambed thuis komt de verloskundige een aantal keren langs om te informeren en kijken hoe het met jou en je baby gaat, om controles te bespreken, voorlichting en advies te geven en vragen te beantwoorden. Tussen dag 8 en10 komen we voor de laatste keer langs en sluiten we de verloskundige zorg af.

Verder komt er in de eerste week na je bevalling een kraamverzorgende elke dag bij je thuis, of je nou thuis of poliklinisch in het ziekenhuis bent bevallen. Een kraamverzorgende biedt zorg voor moeder en kind in de eerste week na de bevalling en assisteert de verloskundige tijdens de (thuis)bevalling. Zij leert jullie hoe je kindje te verzorgen, voert de medische controles bij zowel moeder als kind uit en ondersteunt in de huishouding. Een kraamverzorgende is in dienst bij een kraamzorgorganisatie, maar werkt onder supervisie van de verloskundige. Bij problemen zal zij contact opnemen met de verloskundige.

Mochten er in de kraamtijd bijzonderheden zijn of zich een situatie voordoen waarin je een verloskundige wilt spreken of nodig hebt, bel dan met de dienstdoende verloskundige: 06 46 32 79 34. Dit nummer is 7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar.

Voeding

Of je borstvoeding of kunstvoeding wil gaan geven is een persoonlijke keus en daar laten wij je helemaal vrij in. Om een goede keuze te kunnen maken is het goed om je in te lezen in borstvoeding en kunstvoeding. De kraamverzorgster zal je in de kraamtijd helpen en ondersteunen in het geven van borstvoeding of flesvoeding.

Borstvoeding
Tijdens de zwangerschap is het goed om je voor te bereiden op de voeding die je gaat geven. Veel vrouwen gaan in hun zwangerschap pas voor het eerst nadenken over borstvoeding. Voor die tijd hebben de meesten nog nooit in het echt een baby aan de borst gezien. Dat maakt borstvoeding geven niet altijd zo vanzelfsprekend.

De Wereld Gezondheid Organisatie (WHO), UNICEF en RIVM geven het advies om borstvoeding te geven omdat dit de beste voeding voor je kindje is.

Borstvoeding geven is iets heel natuurlijks. Het is een logisch vervolg op zwangerschap en geboorte. Er is lang gedacht dat het niet uitmaakte of een baby met moedermelk of met kunstvoeding werd grootgebracht. Er is veel onderzoek gedaan naar borstvoeding en kunstvoeding, daardoor weten we dat borstvoeding wel degelijk verschilt van kunstvoeding. Moedermelk bevat voedingsstoffen die een belangrijke rol spelen bij de opbouw van het immuunsysteem en de groei van hersenen en zenuwstelsel. Vooral de melk die je in de eerste paar dagen na de geboorte aanmaakt (het colostrum), bevat grote hoeveelheden stoffen die beschermen tegen ziekten. Daarna is de hoeveelheid aan deze stoffen lager, maar omdat kinderen meer drinken krijgen ze evenveel beschermende stoffen binnen als in het begin. Moedermelk bevat alle voedingsstoffen die je baby nodig heeft en wordt beter verteerd en opgenomen dan welke andere babyvoeding ook. Je baby zo snel mogelijk na de geboorte aan de borst laten drinken zorgt ervoor dat je baarmoeder samentrekt, waardoor nabloedingen beperkt blijven.

Borstvoeding heeft aantoonbare positieve effecten voor het kind tot op volwassen leeftijd. De positieve effecten van borstvoeding zijn het grootst als je baby minimaal zes maanden borstvoeding krijgt. Daarna kan borstvoeding, gecombineerd met andere voedingsmiddelen, doorgaan zolang jij en je kind dit prettig vinden. Een baby profiteert het meest als hij ten minste 6 maanden borstvoeding krijgt, maar elke week telt.

Borstvoeding geven bevordert een gewichtstoename die past bij je kind, zodat de kans op overgewicht later kleiner is. Het beschermt je baby tegen allergieën. Zes maanden volledig borstvoeding geeft het maagdarmkanaal van je baby de tijd zover te rijpen dat het ander voedsel kan verteren. Moedermelk beschermt je baby tegen infecties. Dat is belangrijk, omdat zijn afweersysteem nog niet volgroeid is.

Ook voor de moeder biedt het geven van borstvoeding voordelen: de baarmoeder herstelt sneller na de bevalling. En op lange termijn heeft de moeder, die borstvoeding geeft, minder kans op borst- of eierstokkanker.

Naast de vele positieve effecten voor de gezondheid kent het geven van borstvoeding ook praktische voordelen. Moedermelk heeft altijd de juiste samenstelling en temperatuur, is altijd voorradig, is hygiënisch en bovendien goedkoop.

Borstvoeding geven is een goede investering in de gezondheid van je kind. Een investering die in het begin inspanning vergt, maar zeker de moeite waard is! Het kan je helpen als je voor het starten van de borstvoeding al wat kennis hebt opgedaan. Wij raden alle zwangeren aan om naar een voorlichtingsavond over borstvoeding te gaan. Vraag een van de verloskundigen naar de eerstvolgende voorlichtingsavond.

Als je na de voorlichtingsavond nog vragen hebt of meer informatie wilt is het mogelijk om een afspraak te maken op het borstvoedingsspreekuur bij een van onze lactatiekundigen.

Meer informatie vind je op:

Meer over borstvoeding

Kunstvoeding
Het kan zijn dat je door bepaalde omstandigheden geen borstvoeding kunt of wilt geven. Bijvoorbeeld als je bepaalde medicijnen gebruikt die terechtkomen in de moedermelk en niet goed zijn voor het kind. Dan heb je weinig keuze, ook al wil je misschien wel graag. Ook als je om een andere reden geen borstvoeding kunt geven, of dit niet wilt, dan is flesvoeding (kunstvoeding) een betrouwbaar en veilig alternatief. Op de website van het Voedingscentrum staat praktische informatie over hoe je flesvoeding klaar maakt, berekent en op de beste manier kunt aanbieden.

Geboorteaangifte

Binnen drie dagen na de geboorte van je kindje ben je verplicht je kindje aan te geven bij de gemeente waarin het geboren is. Voor de aangifte heb je het volgende nodig:

  • identiteitsbewijs van degene die aangifte doet én van de moeder
  • trouwboekje of erkenningsakte.

Hielprik en gehoortest

Tussen de 4e en 7e dag na de bevalling komt de wijkverpleegkundige van het consultatiebureau langs om twee onderzoeken bij je baby te doen: de gehoortest en de hielprik.

Hielprik
Met de hielprik worden een paar druppels bloed van je baby afgenomen en onderzocht. Zo kunnen een aantal ernstige maar zeldzame ziektes worden opgespoord. Die zijn helaas niet te genezen, maar wel goed te behandelen als ze op tijd worden ontdekt.

Hoe werkt de hielprik?
Je mag je baby zelf vasthouden. De wijkverpleegkundige prikt met een speciaal apparaatje in de hiel van je baby. Ze vangt een paar druppels bloed op een kaartje op. Het kaartje gaat naar het laboratorium, waar het bloed van je baby wordt onderzocht.

Uitslag
Bij de hielprik geldt: geen bericht is goed bericht. Als je niets hoort, dan was de uitslag dus goed. Lijkt er wel iets mis te zijn met het bloed van je baby? Dan hoor je dat binnen drie weken van je huisarts.

Meer over de hielprik

Gehoortest
De gehoortest is een eenvoudige test waarmee bekeken wordt of je baby goed hoort. Je baby merkt er zelf niets van.

Hoe werkt de gehoortest?
De wijkverpleegkundige test eerst het ene oor, en daarna het andere oor van je baby. Dat gaat zo:

  • Je baby krijgt een klein, zacht dopje in zijn oortje.
  • Dat dopje zendt een zacht knetterend geluidje uit.
  • Een gezond oortje geeft een geluid terug.
  • Een microfoon het dopje vangt het geluid weer op.
  • Een meetapparaatje geeft aan of het oor van je baby goed werkt.

Uitslag
Je krijgt de uitslag meteen. Is de uitslag goed? Dan hoort je kind goed genoeg om goed te leren praten.
Is de uitslag niet goed? Dan maakt de wijkverpleegkundige een afspraak met je voor een tweede test. Als de uitslag dan nog niet goed is, krijgt je baby een uitgebreider gehooronderzoek.

Meer over de gehoortest

Voorlichting en voorschrijven anticonceptie

In de zwangerschap en de kraamtijd geven we je informatie over verschillende anticonceptiemethoden. Tijdens de nacontrole en zes weken na de bevalling komt dit onderwerp weer ter sprake. Wil je meer weten over de verschillende voorbehoedsmiddelen, vraag dan om advies aan ons. Wij kunnen alle (hormonale) anticonceptiemiddelen voorschrijven en eventueel ook plaatsen.

Welke anticonceptiemethode het best bij jou past hangt af van verschillende dingen. Geef je bijvoorbeeld borstvoeding of wil je snel weer zwanger worden, dan zal de keuze verschillend zijn voor de voorbehoedsmiddelen. Om een keuze te maken, kun je drie vragen beantwoorden:

  1. Geef je borstvoeding?
  2. Heb je (nog) een kinderwens?
  3. Wil je dezelfde anticonceptie gebruiken?

Hormonale anticonceptie
Deze vormen van anticonceptie bevatten hormonen (progestagenen en oestrogenen) die voorkomen dat je zwanger wordt:

  • combinatiepil;
  • anticonceptiepleister;
  • anticonceptiering.

Deze vormen van anticonceptie bevatten alleen progestagenen:

  • hormoonspiraal;
  • minipil; 
  • implantatiestaafje;
  • prikpil (als je stopt met de prikpil kan het lang duren voordat je weer zwanger bent. Niet aan te raden als je snel na het stoppen weer zwanger wilt worden).

Hormoonvrije anticonceptie
Er zijn verschillende vormen van hormoonvrije anticonceptie:

  • koperspiraal;
  • condoom;
  • pessarium;
  • portio-kapje.

Definitieve methoden
Als jullie er zeker van zijn dat je geen kinderen meer wilt, kun je kiezen voor:

  • sterilisatie van de vrouw;
  • sterilisatie van de man.

Anticonceptie en borstvoeding
Gebruik bij borstvoeding anticonceptie zonder hormonen of met alleen progestageen: mannen- en vrouwencondoom, pessarium, koperspiraal, prikpil, minipil, implantatiestaafje of hormoonspiraal.

Natuurlijke methoden
Bij natuurlijke methoden is het belangrijk dat je weet wanneer je vruchtbaar bent. De periode rond de eisprong vrij je dan een aantal dagen niet. Hierbij worden geen middelen gebruikt en is het minst veilig.

  • Cervixslijmmethoden;
  • Geheelonthouding en coïtus interruptus;
  • Temperatuurmethode;
  • NaturalFamilyPlanning. Hierbij wordt gekeken naar de schommelingen in de lichaamstemperatuur, de verandering van het baarmoederhalsslijm en de verandering van de baarmoedermond.

Meer over de verschillende vormen van anticonceptie

Anticonceptiepil

Anticonceptiepil (combinatiepil)
De anticonceptiepil is een klein pilletje dat hormonen aan het lichaam afgeeft. De pil neem je dagelijks rond hetzelfde tijdstip in, daarna heb je een pilvrije week. Dus: 3 weken lang de pil op hetzelfde tijdstip slikken, daarna 1 week niet. Bij goed gebruik is de pil voor 99% betrouwbaar. Meestal wordt met 'de (anticonceptie)pil' de combinatiepil bedoeld, die zo heet omdat deze pil twee verschillende hormonen – oestrogeen en progestageen – bevat. De hormonen in de pil voorkomen een eisprong en daarmee een zwangerschap. Het gebruik van de (combinatie)pil kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • geen borstvoeding geeft;
  • dagelijks aan de pil wilt en kunt denken;
  • de pil in principe elke dag wilt en kunt slikken (dus niet vergeten);
  • invloed wilt uitoefenen op je maandelijkse bloedingen (mogelijkheid om te verschuiven).

De minipil
De minipil is een anticonceptiepil die alleen een progestageen hormoon afgeeft. De minipil moet je elke dag slikken. Er is geen pilvrije week. Bij goed gebruik is deze pil voor 99% betrouwbaar. Het gebruik van de minipil kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende, betrouwbare anticonceptie wenst;
  • de minipil elke dag wilt en kunt slikken;
  • het niet erg vindt dat de bloedingen (zeker in het begin) onregelmatig of onvoorspelbaar zijn en je menstruatie soms vermindert of zelfs stopt.

Anticonceptiepleister
De anticonceptiepleister is een dunne, flexibele, pleister. Het geeft hormonen (oestrogeen en progestageen) af, waardoor je beschermd bent tegen zwangerschap. De pleister moet elke week worden vervangen. Bij goed gebruik is de pleister voor 99% betrouwbaar. Het gebruik van de anticonceptiepleister kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • geen borstvoeding geeft;
  • één keer per week aan anticonceptie wilt of kunt denken;
  • het niet vervelend vindt een pleister op je huid te plakken die soms zichtbaar is;
  • invloed wilt uitoefenen op je maandelijkse bloedingen (mogelijkheid om te verschuiven);
  • BMI niet hoger is dan 30 (zie 'mijn gewicht' op www.voedingscentrum.nl).

Anticonceptiering
De anticonceptiering is een buigzame kunststofring die je zelf in je vagina brengt. De ring geeft hormonen (oestrogeen en progestageen) af, waardoor je beschermd bent tegen zwangerschap. De ring is bij goed gebruik 99% betrouwbaar. Je draagt de anticonceptiering drie weken, waarna je een ringvrije week inlast. Het gebruik van de anticonceptiering kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • geen borstvoeding geeft;
  • niet elke dag aan anticonceptie wilt of kunt denken;
  • het niet vervelend vindt om de ring zelf in de vagina in te brengen;
  • invloed wilt uitoefenen op je maandelijkse bloedingen (mogelijkheid om te verschuiven).

Anticonceptiestaafje
Het hormoonstaafje is zo groot als een lucifer. Een verloskundige of huisarts brengt het staafje in de binnenkant van je bovenarm in. Daar kan daar drie jaar blijven zitten. Het staafje geeft dagelijks een progestageen hormoon af aan je lichaam. Deze methode is meer dan 99% betrouwbaar. Het hormoonstaafje kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende, betrouwbare anticonceptie wenst;
  • één keer in de drie jaar aan anticonceptie wilt of kunt denken;
  • het niet vervelend vindt dat het staafje zichtbaar kan zijn en te voelen is onder je huid;
  • het niet erg vindt dat bloedingen onvoorspelbaar zijn en je menstruatie vermindert of zelfs stopt.

Condooms
Je hebt mannen- en vrouwencondooms. Het meest bekend is het mannencondoom. Het vrouwencondoom is in Nederland nog niet zo bekend, maar wel betrouwbaar. Bij goed gebruik is de betrouwbaarheid van het condoom ongeveer 98%. Condooms zijn net na de bevalling een geschikte (tijdelijke) anticonceptiemethode. Daarbij verkleint het gebruik van een condoom de kans op een infectie. Kort na je bevalling is de kans op infecties hoger. Het condoom biedt hier ook bescherming tegen. Het is dus raadzaam om na de bevalling een condoom als (extra) voorbehoedmiddel te gebruiken. Het (tijdelijk) gebruik van een condoom kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende anticonceptie wilt;
  • snel na de bevalling seks hebt, terwijl je nog geen andere anticonceptie gebruikt;
  • een korte periode tussen twee zwangerschappen wilt overbruggen;
  • voorkeur hebt voor een hormoonvrije anticonceptiemethode.

Hormoonspiraaltje
De verloskundige of huisarts plaatst het hormoonspiraaltje in je baarmoeder. Daar kan het vijf jaar blijven zitten. Een progestageen hormoon in het spiraaltje voorkomt een zwangerschap. De betrouwbaarheid is meer dan 99%. Het hormoonspiraaltje kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende, betrouwbare anticonceptie wenst.
  • meteen na verwijdering zwanger wilt worden;
  • één keer in de vijf jaar aan anticonceptie wilt of kunt denken;
  • het niet erg vindt dat je tussentijds kunt bloeden en de bloeding vermindert of zelfs stopt.

Koperspiraaltje
De verloskundige of huisarts plaatst het koperspiraaltje in je baarmoeder geplaatst. Daar kan het 5 jaar tot 10 jaar blijven zitten. Het bevat geen hormonen. Het koper maakt de zaadcellen inactief en voorkomt bevruchting zodat je niet zwanger wordt. Deze methode is voor 99% betrouwbaar. Het koperspiraaltje kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende, betrouwbare anticonceptie wenst;
  • voorkeur hebt voor een hormoonvrije anticonceptiemethode;
  • één keer in de vijf tot tien jaar aan anticonceptie wilt of kunt denken;
  • het niet erg vindt dat de menstruatie langer kan duren, met mogelijk heviger bloedverlies in het begin.

Pessarium
Een pessarium is een latex of siliconen kapje met een flexibele rand die je zelf in de vagina inbrengt. Het pessarium voorkomt dat zaadcellen in de baarmoeder en de eileiders komen, maar alleen als je het gebruikt in combinatie met een zaaddodend middel. De betrouwbaarheid is 99% bij goed gebruik. Heb je voorafgaand aan je zwangerschap een pessarium gebruikt en wil je dit na de bevalling weer doen? Dan moet opnieuw een pessarium worden aangemeten of geselecteerd. Het pessarium kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende, betrouwbare anticonceptie wenst;
  • meteen na verwijdering zwanger wilt kunnen worden;
  • het niet erg vindt om voordat je seks hebt, het pessarium inbrengt;
  • voorkeur hebt voor een hormoonvrije anticonceptiemethode.

Prikpil
De prikpil is een hormooninjectie met een progestageen hormoon. Daarvoor moet je één keer in de drie maanden naar de verloskundige of huisarts. De prikpil is voor meer dan 99% betrouwbaar. Als je stopt kan het soms een jaar duren voordat je weer zwanger kunt worden, maar gemiddeld ben je weer vruchtbaar na zo'n drie maanden. De prikpil kan voor jou een goede keuze zijn als je:

  • borstvoeding geeft en aanvullende, betrouwbare anticonceptie wenst;
  • één keer in de drie maanden aan anticonceptie wilt of kunt denken;
  • het niet erg vindt om één keer in de drie maanden een prik te halen;
  • het niet erg vindt dat je menstruatie vermindert of zelfs stopt.

Sterilisatie
Wil je echt niet meer zwanger worden en/of geen biologische kinderen meer wilt. Dan kun je kiezen voor sterilisatie bij de man of vrouw. Een sterilisatie is definitief . Denk er goed over na en praat erover met je verloskundige of (huis)arts. De betrouwbaarheid is ongeveer 99%. Sterilisatie kan voor jou of je partner een goede keuze zijn als je:

  • nu en in de toekomst geen kinderen meer wilt;
  • niet meer aan anticonceptie wilt denken.
Meer over de verschillende vormen van anticonceptie

Na de kraamtijd

  • Verwacht niet teveel van jezelf, luister naar je lichaam en neem op tijd rust!
  • Laat de boel de boel en probeer van je baby te genieten in plaats van een goede huisvrouw te zijn.
  • De zorg voor jou en je kindje ligt bij de huisarts. Als er iets is, is de huisarts je eerste aanspreekpunt.
  • Ook na de kraamtijd kan het bloedverlies aanwezig blijven. Dit wordt vaak weer wat meer als je volop in beweging komt. Het is normaal dat het bloedverlies 4-6 weken aanhoudt. Het wordt steeds minder en de kleur steeds lichter.
  • Het consultatiebureau blijft je kindje volgen en houdt in de gaten of de groei en ontwikkeling van je kindje normaal verloopt.
  • Na de kraamtijd hoef je je baby niet meer iedere dag te wegen. Vertrouw op het gedrag van je baby. Ga eventueel naar het inloopspreekuur van je consultatiebureau als je twijfels hebt.

Nacontrole

Heb je na zes weken nog de behoefte om langs te komen, dan ben je van harte welkom tijdens ons spreekuur. Daarvoor mag je een afspraak maken bij onze praktijkassistente. Je kan deze afspraak het beste maken bij degene die jou bevalling heeft begeleid. We vinden het leuk om jullie terug te zien!