Over het gebruik van antistollingsmiddelen › Treant Zorggroep

Over het gebruik van antistollingsmiddelen

Hieronder vindt u de belangrijkste informatie over antistollingsmiddelen die worden ingenomen met een glas water. Dit zijn orale antistollingsmedicijnen. Het gaat hierbij dus niet om middelen die met een injectie worden toegediend.

Het innemen

Belangrijk is dat u de antistollingstabletten altijd inneemt volgens de aanwijzingen op de doseringskalender. Het voor die dag opgegeven aantal tabletten moet u in één keer innemen. Het is verstandig om direct na het innemen een kruisje te zetten op de doseringskalender. Dit voorkomt vergissingen. Ook het innemen van de tabletten op een vast tijdstip, bij voorkeur bij het avondeten, voorkomt vergissingen.

Minder of meer antistollingstabletten

Na een controle door de trombosedienst kan de hoeveelheid tabletten die u moet innemen, veranderen. Dit komt doordat bij de controle is gebleken dat het antistollingseffect in uw bloed te groot is, of juist te klein. Het betekent niet dat het beter of slechter met u gaat! De werking van antistollingsmiddelen kan in de loop van de tijd namelijk wisselen. Dit gebeurt soms met een aanwijsbare reden, soms ‘spontaan’.

Invloed van andere medicijnen (interactie)

Veel medicijnen kunnen de werking van antistollingsmiddelen beïnvloeden. Ze kunnen het effect versterken, of juist tegenwerken. De invloed van deze medicijnen op de antistolling kan van persoon tot persoon verschillen. Het is dan ook heel belangrijk dat u altijd het gebruik van andere geneesmiddelen, van zowel drogist als apotheek, meldt bij uw trombosedienst. Hetzelfde geldt als u stopt met deze geneesmiddelen. Dan zal immers het omgekeerde effect kunnen optreden.

Koopt u medicijnen zonder recept, of natuurgeneesmiddelen (zoals kruiden/ vitaminepreparaten), informeer dan altijd of u ze samen met de antistollingsmiddelen kunt gebruiken. Lees ook de bijsluiter hierop zorgvuldig door. Het is en blijft te allen tijde van belang dat u met uw trombosedienst het gebruik bespreekt van welke andere medicijnen dan ook.

Bijwerkingen van antistollingstabletten

De belangrijkste bijwerking van antistollingstabletten (cumarines) houdt direct verband met de bedoelde werking van deze medicijnen. Door de remming van de stolling is er namelijk een grotere kans op het optreden van bloedingen. Zelfs bij een juiste instelling zult u iets makkelijker bloeden.  Een onprettige maar onschuldige bijwerking, waar sommige mensen mee te maken hebben, is haarverlies. 

Antistollingstabletten en voeding

Zoals gezegd, antistollingstabletten (cumarines) verminderen de stolling doordat ze de werking van vitamine K tegengaan. Dit verklaart waarom de gevoeligheid voor antistolling onder meer afhankelijk is van de hoeveelheid vitamine K in voeding. Met name in ‘groene’ groenten (bijvoorbeeld  sla, broccoli, spinazie) en in ‘koolachtige’ groeten (bijvoorbeeld witte kool, spruiten en bloemkool) zit veel vitamine K. Het is daarom van belang dat u gevarieerd eet om het effect van de vitamine K uit de voeding op de antistollingsbehandeling beperkt te houden. Het volgen van een speciaal dieet is echter niet nodig.

Ook tijdens uw vakantie is het belangrijk de samenstelling van uw voeding in de gaten te houden. Niet alle ‘keukens’ hebben dezelfde hoeveelheid vitamine K in de voeding. De Oosterse keuken is tamelijk arm aan vitamine K. Dit zal dus effect kunnen hebben op de antistolling.

Een dieet om uw gewicht te verminderen (‘lijnen’) kan van invloed zijn op uw INR. Overleg daarom ook het volgen van een dergelijk dieet altijd met uw trombosedienst.

Antistollingstabletten en alcohol

De lever produceert stollingsfactoren. Alles wat de lever beïnvloedt heeft daarom tegelijkertijd invloed op de stolling van het bloed. Dit geldt ook voor het gebruik van alcohol. Een gematigde alcoholconsumptie (1 of 2 consumpties per dag) is in principe mogelijk. Te veel alcohol kan tot beschadiging van de lever leiden en daardoor de stabiliteit van de antistolling beïnvloeden.

Antistollingstabletten en stress

De invloed van stress is moeilijk te onderzoeken. In de praktijk blijkt vaak dat de INR stijgt bij stresssituaties. Mogelijk zorgen stresshormonen voor een verstoring van de leverfunctie. De productie van stollingseiwitten of de verwerking van antistollingsmedicijnen verandert. Stresshormonen kunnen de opname van vitamine K in de darmen beïnvloeden. Dit kan effect hebben op uw antistollingsbehandeling.