Liggen is dodelijk! › Treant Zorggroep

Liggen is dodelijk!

Liggen is dodelijk!

Kwetsbare ouderen die in ziekenhuizen en verpleeghuizen verblijven, komen amper hun bed uit. Wetenschappelijk onderzoek leert dat passiviteit slecht is, zowel voor lichaam als geest. Onder de noemer Bewegingsgerichte Zorg vaart de afdeling Geriatrie van ziekenhuislocatie Scheper een nieuwe koers. 'Er is duidelijk een cultuuromslag gaande', constateert afdelingshoofd Tim Pentenga.

Dit laatste is hard nodig. Landelijke cijfers laten zien dat patiënten binnen 30 minuten na opname in hun pyjama in bed liggen. Onderzoek toont verder aan dat ouderen gedurende hun opname gemiddeld 83 procent in bed doorbrengen. Deze hoge mate van inactiviteit heeft verschillende oorzaken, schetst Jan Logemann, fysiotherapeut op de afdeling Geriatrie in Emmen. 'Het gros van de zorgprocessen is in en rond het bed georganiseerd. Veel patiënten krijgen geen enkele prikkel om in beweging te komen.' Als voorbeeld noemt hij de positie van de televisie: boven het bed. 'Patiënten kunnen alleen liggend tv kijken.'

Minder spierkracht

De vraag is wat weinig bewegen met (oudere) patiënten doet. Veel, zo blijkt uit onderzoek dat P. Kortebein in 2008 uitvoerde. Ouderen die tien dagen in bed liggen, verliezen 11 tot 14 procent van hun spierkracht en 12 procent van zowel hun uithoudingsvermogen als longcapaciteit. Kwetsbare ouderen die weinig of niet lopen, hebben tijdens hun ziekenhuisverblijf gemiddeld een zes keer hogere kans op functieverlies dan diegenen die regelmatig bewegen. Van de kwetsbare ouderen kampt ruim 30 procent drie maanden na de acute ziekenhuisopname met nieuwe beperkingen. 'Nog eens 30 procent overlijdt in diezelfde periode', verduidelijkt Esther Wiebrands, oefentherapeut op de afdeling Geriatrie van ziekenhuislocatie Scheper. 'Eén op de drie ouderen verlaat het ziekenhuis in een slechtere conditie dan bij opname.' Samenvattend kan worden gesteld dat tien dagen bedrust resulteert in vijftien jaar fysieke achteruitgang als gevolg van veroudering. Voor de afdeling Geriatrie in Emmen reden genoeg om in actie te komen.

'Tien dagen bedrust leidt tot vijftien jaar fysieke achteruitgang.'

Beweegprogramma

Landelijk zijn er al wel enkele initiatieven genoemd om functie- en conditieverlies te voorkomen. Tim verwijst naar het VMS-thema Kwetsbare ouderen en het keurmerk Seniorvriendelijk Ziekenhuis. Maar omdat een integrale aanpak ontbrak, ging 'Emmen' zelf aan de slag met een beweegprogramma voor ouderen. Het resultaat is de pilot Bewegingsgerichte Zorg, die afgelopen voorjaar van start ging. Daarin wordt de patiënt anno 2015 niet langer als passief object, maar als actief subject beschouwd. Verder wordt het streven naar maximale zorg losgelaten. In ruil daarvoor krijgen geriatrische patiënten voortaan functionele zorg, dus gericht op functiebehoud. Dat vraagt een andere rol van zorgprofessionals: zij zullen zich vooral concentreren op het ondersteunen en stimuleren van zelfmanagement.

Sleutelwoorden

De sleutelwoorden van deze nieuwe aanpak zijn: zelfredzaamheid, samenredzaamheid en zelfregie. Bij zelfredzaamheid draait het om het vermogen om dagelijkse activiteiten (zoals wassen en aankleden) zelfstandig - dus zonder professionele hulp - uit te voeren. Bij samenredzaamheid ligt de nadruk op het bevorderen van de informele zorg. De focus op samenredzaamheid past goed bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de opkomst van de zogenaamde participatiesamenleving. Het derde sleutelwoord is zelfregie. Hierbij stelt de patiënt zijn mogelijkheden en kracht centraal. De vraag moet zijn: Wat kan ik nog wél? Daarnaast krijgt de patiënt meer autonomie; hij bepaalt zelf de soort en hoeveelheid ondersteuning

'Het Nederlandse zorgsysteem is gericht op passiviteit.'

Functieniveau

Deze nieuwe visie en uitgangspunten zijn vertaald in een bewegingsprogramma. Om patiënten zorg op maat te kunnen bieden, worden zij bij opname ingedeeld naar functieniveau. Daarbij worden vier criteria gehanteerd: klinimetrie, valrisico, fysieke beperkingen en klinische blik. Functieniveau A staat voor een bedlegerige patiënt, terwijl een patiënt met functieniveau F mobiel is en zelfstandig taken kan uitvoeren. Het functieniveau staat vermeld op een gekleurde taakkaart, die bij het bed van de patiënt wordt opgehangen. Zo weet iedere verpleegkundige, zorgassistent, oefen- en fysiotherapeut, vrijwilliger en familielid in hoeverre de patiënt in staat is om te mobiliseren en welke hulp daarbij noodzakelijk is.

Stimuleren

Alle betrokken disciplines hebben de taak om de patiënt - ongeacht zijn functieniveau - te stimuleren om in beweging te komen. Voor een bedlegerige patiënt kan dat betekenen dat hij zichzelf gaat scheren, terwijl een patiënt met functieniveau F driemaal per week deelneemt aan een revalidatieprogramma. Voorwaarde is wel dat álle disciplines (zorgprofessionals, vrijwilligers en familie) hieraan meewerken. 'Deze aanpak slaagt alleen als iedereen dezelfde strategie hanteert', weet Tim Pentenga. Dat blijkt behoorlijk lastig. 'Zorgprofessionals zijn van nature geneigd om zo veel mogelijk taken van de patiënt over te nemen. In deze nieuwe opzet is het juist de bedoeling om de regie bij de patiënt te laten. Als een patiënt zichzelf nog kan wassen of aankleden, dan moet je dat juist stimuleren.'

Uitrol

Hoewel de evaluatie van deze pilot nog niet is afgerond, lijkt dit bewegingsprogramma een schot in de roos. 'Als de cijfers dit beeld bevestigen, willen we dit model uitrollen naar andere verpleegafdelingen binnen Treant', aldus therapeuten Esther Wiebrands en Jan Logemann. Daarna zal ook de verbinding met de eerste en derde lijn worden gezocht.' Aan de voorkant kun je dan wellicht opnames voorkomen', vermoedt Esther. Aan de achterkant zit de winst vooral in continuïteit van bewegingsgerichte zorg. 'We zijn op de goede weg, maar onze missie is nog niet voltooid.'