Postmortaal diagnostisch onderzoek › Treant Zorggroep

Postmortaal diagnostisch onderzoek

Wat is postmortaal onderzoek?

Postmortaal onderzoek (obductie, autopsie, sectie) is een inwendig onderzoek op een overleden persoon. De patholoog onderzoekt het lichaam eerst uitgebreid van buiten: het uitwendige onderzoek. Daarna begint het inwendige onderzoek, waarbij vrijwel alle organen van de overledene onderzocht worden. De obductie is te vergelijken met een operatie en zal altijd op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er achteraf vrijwel niets meer van te zien is. Het onderzoek wordt uiteraard op een respectvolle wijze verricht.

De praktijk

Bij een obductie openen we het lichaam van een overledene en inspecteren we de organen in het lichaam. Daarna worden ze uit het lichaam verwijderd, gewogen en ook ingesneden om de binnenkant te kunnen inspecteren. Vervolgens nemen we uit elk orgaan wat  weefsel om microscopisch te onderzoeken. Dat is belangrijk, omdat niet alle afwijkingen met het blote oog herkenbaar / te classificeren zijn.

Na de obductie plaatsen we de organen terug in het lichaam, behalve de organen waarvan het onderzoek nog niet afgerond kan worden (zoals bij onderzoek van de hersenen). Het lichaam wordt gesloten en dragen we vervolgens over aan de begrafenisondernemer.

De plaats waar het lichaam geopend is geweest, is na aankleden van de overledene door kleding bedekt en dus niet meer zichtbaar. Als de hersenen zijn onderzocht zal er een tweede plek aanwezig zijn die van oor tot oor loopt over het achterhoofd. Bij mensen met normale hoofdbeharing is de plek niet zichtbaar. Bij kale mensen kan dit niet door haar worden gecamoufleerd.

Bewaren van orgaan(delen)

Er zijn omstandigheden waarin we, naast de kleine stukjes weefsel voor het microscopisch onderzoek, één of meer organen – of delen daarvan – langer bewaren.

Deze omstandigheden zijn:

  • Wanneer het orgaan héél klein is. We nemen het dan in zijn geheel mee voor het aanvullend microscopisch onderzoek;
  • Wanneer het een ingewikkelde afwijking van het orgaan betreft, die uitgebreider onderzoek (al dan niet in samenwerking met een expert) noodzakelijk maakt;
  • Het weefsel of orgaan moet eerst bewerkt worden om tot onderzoek over te kunnen gaan. De bewerking kan enkele dagen en soms weken in beslag nemen. Voor hersenonderzoek is bijvoorbeeld een periode van zes tot twaalf weken nodig voor bewerking en beoordeling. Hersenen worden in het geheel uitgenomen en gefixeerd (in een vloeistof gedaan waardoor het oneindig houdbaar is) alvorens verder onderzoek plaats kan vinden.

Als bepaalde organen (of delen ervan) langer bewaard worden, dan worden die niet tegelijk met de overledene mee begraven of gecremeerd. Zij worden later alsnog gecremeerd door het ziekenhuis. Als u bezwaar heeft tegen een onderdeel van een postmortaal onderzoek of het bewaren van organen kunt u dit kenbaar maken aan de arts.

Waarom postmortaal onderzoek

De eerste reden voor het verrichten van postmortaal onderzoek is het achterhalen van de doodsoorzaak. Het is niet altijd duidelijk waaraan iemand precies is overleden en hoe een ziekteproces zich heeft voltrokken.

De tweede belangrijke reden is dat de uitkomst van een postmortaal onderzoek direct gevolgen kan hebben voor nabestaanden. Dit is het geval bij een erfelijke of een besmettelijke ziekte.

Ten derde maakt een postmortaal onderzoek het mogelijk achteraf de uitgebreidheid van een ziekteproces en de resultaten van een behandeling feitelijk te beoordelen. Dit kan onder andere van belang zijn voor de behandeling van toekomstige patiënten met hetzelfde ziektebeeld.

De laatste reden voor het verrichten van postmortaal onderzoek is dat dit van belang kan zijn voor de wetenschap. Voor veel ziekten geldt dat veel van de kennis over deze ziekten afkomstig is van postmortaal onderzoek.

Natuurlijke dood

Een postmortaal onderzoek kan alleen door een klinisch patholoog worden verricht als er sprake is van een natuurlijke dood.

Indien er niet met zekerheid sprake is van een natuurlijke doodsoorzaak, dient overleg plaats te vinden met de gemeentelijk lijkschouwer (en het Openbaar Ministerie). Wanneer het lichaam alsnog vrij wordt gegeven, verricht de patholoog een obductie. Indien er sprake is van een onnatuurlijke doodsoorzaak, wordt er een forensische obductie gelast. Een forensisch patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voert deze altijd uit.

Toestemming

Voordat een postmortaal onderzoek plaats kan vinden, dient de nabestaande(n) van de overledene toestemming te geven voor dit onderzoek. In de 'Wet op de Lijkbezorging' is te vinden wie de toestemming aan de aanvragend arts mag verlenen.

Als de overledene zelf vooraf in een wilsbeschikking heeft laten opnemen dat hij/ zij geen obductie wenst, moet dit worden gerespecteerd en kan geen postmortaal onderzoek plaatsvinden.

Link van die wet: http://wetten.overheid.nl/BWBR0005009/2014-02-15

Meer informatie