De diagnose prostaatkanker › Treant Zorggroep

De diagnose prostaatkanker

De prostaat

De prostaat is een klier – ook wel voorstanderklier genoemd – die vlak onder de blaasuitgang en om de plasbuis heen ligt. Aan de voorkant ligt hij tegen het schaambeen aan, aan de achterkant tegen de endeldarm. De prostaat is ongeveer zo groot als een walnoot en maakt onderdeel uit van het mannelijke voortplantingssysteem. Achter de prostaat liggen de twee zaadblazen waar de zaadleiders uitkomen die vanuit de testikels komen. Vanaf de zaadblazen loopt er een klein zaadbuisje door de prostaat die in de plasbuis uitkomt. Vlak naast de prostaat liggen de zenuwbundels die naar de penis lopen en belangrijk zijn voor het optreden van een erectie.

Wat is prostaatkanker

Een kwaadaardig gezwel ontstaat meestal dicht aan de rand van de prostaat en veel minder vaak in het prostaatweefsel direct om de plasbuis heen wat centraal in de prostaat ligt. Een kwaadaardige aandoening van de prostaat heet prostaatkanker en groeit doorgaans langzaam.

Hoe werkt de prostaat

De prostaat bestaat uit klierbuisjes. Deze klierbuisjes maken het prostaatvocht. Bij een zaadlozing komen de zaadcellen in het prostaatvocht naar buiten. Het prostaatvocht houdt de zaadcellen in leven op de reis naar buiten en in de vagina. De prostaat heeft dus een functie bij de vruchtbaarheid.

De prostaat groeit vanaf de puberteit. Deze groei van de prostaat wordt geregeld door hormonen. Hormonen regelen ook de vorming van prostaatvocht en de zaadcelproductie.

Bij het klaarkomen worden de zaadcellen naar de prostaat gepompt. Daar worden ze vermengd met het prostaatvocht. Bij de zaadlozing (ejaculatie) trekt de prostaat samen en wordt het sperma (zaadcellen in prostaatvocht) door de plasbuis naar buiten geperst. De blaashals wordt ook samengetrokken waardoor het sperma niet in de blaas kan stromen.

Onderzoeken

Om prostaatkanker en het stadium van de kanker te kunnen vaststellen zijn verschillende onderzoeken nodig. Enkele hiervan heeft u al gehad, misschien zullen verdere onderzoeken nog volgen.

Mocht het nodig zijn om vervolgonderzoeken te doen, dan zult u hierover meer informatie ontvangen van uw behandelend specialist.

  • Bloedonderzoek
    Het belangrijkste bloedonderzoek is de bepaling van het PSA: het prostaat specifiek antigeen. Een verhoogde waarde van dit eiwit kan duiden op prostaatkanker. Dit zal regelmatig worden gecontroleerd.
  • Rectaal toucher
    Hierbij onderzoekt de uroloog (of huisarts) met een vinger de prostaat, via de endeldarm. Dit geeft een eerste indruk over de grootte en of de prostaat al dan niet kwaadaardig aanvoelt. Ook dit onderzoek zal regelmatig worden herhaald.
  • Echografie van de prostaat
    De uroloog schuift een sonde in de anus tot bij de prostaat. Door middel van geluidsgolven wordt de prostaat in beeld gebracht. Dit geeft informatie over de grootte van de prostaat en eventueel de tumor.
  • Prostaatbiopsie
    Tijdens een echografie van de prostaat kan de uroloog ook met een holle naald biopten (kleine stukjes weefsel) afnemen. Afhankelijk van de grootte van de prostaat en de aanwezigheid van echografisch afwijkende gebieden worden er biopten genomen. Deze zullen worden onderzocht door de patholoog.

Aanvullende onderzoeken

Soms is het nodig om te kijken of de prostaatkanker is uitgezaaid. Hiervoor kunnen de volgende onderzoeken worden afgesproken.

  • CT-scan
    Hierbij ligt u op een smalle tafel en wordt u door een ring geschoven. Vanuit die ring worden tegelijkertijd verschillende foto’s gemaakt. Die worden door de computer als ‘plakjes’ samengevoegd. Zo zijn uw organen en lymfeklieren goed in beeld te brengen.
  • MRI-scan
    MRI is de afkorting van Magnetische Resonantie Imaging. Hierbij ligt u op een smalle tafel in een buis, waarbij uw hoofd nog wel buiten deze buis is. Bij dit onderzoek worden delen van het lichaam in dwarsdoorsneden (dunne plakjes) afgebeeld. Met behulp van een magneetveld en radiogolven wekken we signalen in het lichaam op. Een antenne vangt deze signalen op en stuurt ze naar de computer. De computer zet de signalen om in een beeld. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van röntgenstralen.
  • Botscan
    Er wordt een licht radioactieve stof in een ader in uw elleboogsplooi gespoten, die zich als het ware hecht aan uitzaaiingen in de botten, als die er zijn. Met een speciale camera kan dit worden gefilmd en vastgelegd.
  • PET scan
    Is een nucleair geneeskundig onderzoek waarmee uitzaaiingen in het lichaam worden opgespoord. Er wordt een licht radioactieve stof gekoppeld aan een stof die zeer specifiek bindt aan prostaatkankercellen. Door deze stof via een infuus in te brengen kunnen uitzaaiingen heel specifiek gevonden worden in u lichaam met een scan. Meestal wordt ook tegelijk een CT scan verricht. De kleine hoeveelheid radioactieve stof is niet schadelijk, u plast het gewoon weer uit.

Verwijderen van lymfeklierweefsel

Het kan nodig zijn dat er eerst lymfeklierweefsel verwijderd moet worden om te onderzoeken of er sprake is van uitzaaiingen in de lymfeklieren. Dit gebeurt door middel van een kijkoperatie. Als dit voor u van toepassing is, krijgt u hierover informatie.

Gleason-score

De agressiviteit van de prostaatkanker wordt uitgedrukt in de Gleason-score. De Gleason-score wordt door de patholoog bepaald uit de biopten die genomen zijn uit de prostaat, en wordt uitgedrukt in een getal tussen de 1en de 5

De patholoog telt de twee cijfers van de stadia van de biopten/weefsels die het meeste voorkomen, bij elkaar op,  bijvoorbeeld: 4+3= Gleason 7, om tot een samengestelde score te komen.
Hierbij noemen we de 1 en 2 geen kanker meer, 3 is de lichtste vorm en 5 de meest agressieve vorm van prostaatkanker.

  • Een lage score betekent dat de kankercellen veel op de normale prostaatcellen lijken (goed gedifferentieerd).
  • Een hoge Gleason-score betekent dat de kankercellen sterk afwijken van de normale prostaatcellen (slecht gedifferentieerd). Hoe hoger de Gleason score, hoe agressiever de tumor.