Behandelmogelijkheden › Treant Zorggroep

Behandelmogelijkheden

Active surveillance (actief volgen)

Wanneer prostaatkanker in een vroegtijdig stadium wordt ontdekt en langzaam groeit, kan gekozen worden voor actief volgen. Uit de onderzoeken kan blijken dat de vorm van prostaatkanker die u hebt weinig agressief is. Dit komt niet alleen doordat prostaatkanker tegenwoordig vaak in een vroeg stadium wordt ontdekt, maar ook veelal langzaam groeit. In sommige gevallen groeit de prostaatkanker zelfs zo langzaam dat patiënten gedurende de rest van hun leven geen klachten van hun prostaatkanker krijgen. Het zal hen dan niet ziek maken.

Hoe ziet dit beleid eruit:

  • Uw PSA-gehalte zal regelmatig gecontroleerd worden.
  • De uroloog zal regelmatig uw prostaat onderzoeken (rectaal toucher).
  • Er worden na bepaalde tijd hernieuwde biopten van de prostaat genomen.
  • De uroloog beoordeelt vervolgens aan de hand van de resultaten van de biopsie, het rectaal toucher en de PSA-tests of de prostaatkanker verandert.
  • De uroloog zal de resultaten met u bespreken en aangeven of er sprake is van een stabiele situatie of dat uw prostaatkanker is verergerd. Naast de uroloog worden deze controles ook gedaan door de physician assistant, verpleegkundig specialist, ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) en oncologie verpleegkundige.

Uitslag

Wanneer sprake is van een stabiele situatie, dan kan de ‘active surveillance’ worden voortgezet. Is er echter geen stabiele situatie, dan zal de uroloog u adviseren uw prostaatkanker te laten behandelen. De aanpak van het actief volgen betekent dus niet altijd dat er geen behandeling zal volgen, maar dat deze, zo lang als dit verantwoord is, uitgesteld zal worden.

Voor- en nadelen

Het grote voordeel van actief volgen is dat, zolang er niet tot behandeling (operatie of bestraling) wordt overgegaan, er geen bijwerkingen van de behandeling zoals incontinentie (ongewild urineverlies) of impotentie (onvermogen een erectie te krijgen of te behouden) kunnen optreden. Bovendien worden met actief volgen onnodige behandelingen voorkomen.

Wanneer u kiest voor ‘active surveillance’ betekent dit dat u verder leeft met het feit dat u prostaatkanker heeft die (nog) niet wordt behandeld. Deze wetenschap kan voor sommige patiënten emotioneel belastend zijn en een reden zijn om hier niet voor te kiezen. Ook kan er tijdens de ‘active surveillance’ om deze reden besloten worden om over te gaan tot een actieve behandeling.

Radiotherapie (bestraling)

Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen. Bestraling kan bij prostaatkanker zowel een curatieve (in opzet genezend) als een palliatieve (verminderen van klachten / verlenging van leven) behandeling zijn. Bestraling kan uitwendig (externe radiotherapie), inwendig (brachytherapie ) of als combinatie worden toegepast.

De radiotherapeut-oncoloog is een medisch specialist die verantwoordelijk is voor de uitvoering hiervan. Wij werken samen met de afdeling radiotherapie UMCG Groningen, die ook een satellietkliniek heeft op het terrein van ziekenhuislocatie Scheper.

Bij uw eerste bezoek aan de radiotherapeut wordt niet direct gestart met de behandeling. Er zijn allerlei voorbereidingen nodig. Te denken valt aan een uitvoerig gesprek (anamnese),  lichamelijk onderzoek en beeldvorming voor het maken van een besralingsplan, zoals een CT-scan. Ook zal de radiotherapeut uitleggen hoe de behandeling zal gaan, hoeveel bestralingen er nodig zijn en wat de te verwachten bijwerkingen zijn.

Uitwendige bestraling
Bij uitwendige bestraling wordt het te behandelen gebied van buitenaf bestraald met een gerichte stralenbundel die uit een bestralingstoestel komt. Dit is een behandeling van ongeveer zeven weken waarvoor u vier tot vijf keer per week kortdurend naar het ziekenhuis komt. Hiervoor is geen opname nodig. Voorafgaand aan de bestraling moeten kleine markers in de prostaat worden gebracht. Tijdens de bestraling geeft dit goed zicht op de ligging van de prostaat, waardoor een gerichte behandeling mogelijk is. De markers worden tijdens een poliklinische afspraak ingebracht door de radiotherapeut.

Inwendige bestraling
Een beperkte groep patiënten komt in aanmerking voor inwendige bestraling (brachytherapie). Bij inwendige bestraling worden er in de prostaat kleine radioactieve bronnen (zaadjes) ingebracht. Bestraling vindt nu van binnenuit plaats. Het inbrengen van de zaadjes gebeurt operatief, vaak tijdens een dagopname. Na ongeveer vier maanden is de bestraling grotendeels uitgewerkt. De zaadjes blijven achter in uw lichaam. Deze behandelingen worden binnen PCNN uitgevoerd door de radiotherapiegroep Deventer. Wanneer u in aanmerking komt, verwijzen wij of de radiotherapeut van het UMCG door.

Bijwerkingen na radiotherapie

Mogelijke bijwerkingen op langere termijn na de bestraling zijn een verminderde functie van de blaas en/of endeldarm en erectiestoornissen. Ook kan men in enige mate vermoeid zijn na de behandeling.

De behandeling wordt soms gecombineerd met de toevoeging van hormonale therapie, om zo de kans op terugkeer van de kanker zo klein mogelijk te maken. U kunt bijwerkingen van de hormonale therapie ervaren. De meest voorkomende bijwerkingen zijn: moeheid, afname van libido (zin in sex) en opvliegers/nachtzweten.

Radiotherapie (bestraling)

Invasieve therapie (chirurgie)

Bij chirurgische behandeling van prostaatkanker vindt er een totale verwijdering plaats van de prostaat en zaadblaasjes (radicale prostatectomie). Dit wordt gedaan door middel van een kijkoperatie met behulp van een operatierobot (robot geassisteerde laparoscopische radicale prostatectomie).

Bij een radicale prostatectomie worden de prostaat met zaadblaasjes en in sommige gevallen ook de omliggende lymfeklieren verwijderd. Uw uroloog zal deze mogelijkheden met u bespreken en, samen met u, komen tot een behandelplan.

Robot geassisteerde laparoscopische radicale prostatectomie
De kijkoperatie via de robot (Da Vinci) wordt Robot geAssisteerde Laproscopische radicale Prostatectomie (RALP) genoemd. Via een klein sneetje in de buikwand brengt de uroloog een kijkinstrument (laparoscoop) in. Door enkele andere sneetjes brengt de uroloog kleine instrumenten in de buik. De instrumenten worden gekoppeld aan de operatierobot, waarmee de uroloog de prostaat en zaadblaasjes kan verwijderen. Deze operatierobot voert de operatieve handelingen uit en wordt bestuurd door de uroloog. De uroloog bepaalt welke handelingen de operatierobot uitvoert en op welke wijze. Het voordeel van deze operatierobot is dat de uroloog op een beeldscherm het operatiegebied tot wel tien keer kan uitvergroten in driedimensionaal beeld. Het weggenomen weefsel wordt in het laboratorium verder onderzocht (PA-onderzoek). De uitslag van dit onderzoek krijgt u ongeveer één á twee weken na de operatie. Na de operatie heeft u ongeveer één week een katheter.

Mogelijke gevolgen na een operatie zijn erectiestoornissen, urine-incontinentie en problemen op het gebied van seksualiteit. De kans hierop bespreekt de uroloog met u.

Invasieve therapie (chirurgie)

Lymfeklierdissectie

Voordat er met een bepaalde behandeling van start kan worden gegaan, is het soms noodzakelijk via een operatie te bekijken of er uitzaaiingen (metastasen) in de lymfeklieren van de onderbuik zijn ontstaan. Deze operatie wordt ook laparoscopisch verricht. Het weggenomen weefsel wordt in het laboratorium verder onderzocht (PA-onderzoek) op aanwezigheid van uitzaaiingen. De uitslag van dit onderzoek krijgt u ongeveer een tot twee weken na de operatie.

Mogelijk gevolg van de lymfeklierdissectie is lymfoedeem. Indien er lymfeklieren verwijderd zijn kan er na de operatie soms sprake zijn van vochtophopingen in de onderbuik, in de bovenbenen en/of in het scrotum. U ziet dan dat gebieden gezwollen zijn. Ook kan het gebied strak of zwaar aanvoelen. Dit noemen we lymfoedeem en het ontstaat doordat het lymfesysteem uit balans is. Dit gaat meestal vanzelf over. Indien het aanhoudt kan er lymfoedeemtherapie toegepast worden.

 

Lymfeklierdissectie

Cryochirurgie

Dit is de behandeling van tumoren door middel van bevriezing. Voor cryochirurgie is algehele anesthesie (narcose) of een ruggenprik noodzakelijk en deze ingreep vindt dan ook plaats in de operatiekamer. Er worden zes naalden, via de huid tussen de balzak en de anus, in de prostaat gebracht. Via deze naalden wordt gas in het lichaam gebracht dat de prostaat zal bevriezen en vervolgens weer zal ontdooien. Deze therapie wordt alleen in zeldzame gevallen toegepast, meestal nadat de prostaatkanker terugkomt na eerdere bestraling, en vindt plaats in het UMCG.

Cryochirurgie

Keuzes maken

Na het horen van de diagnose prostaatkanker komen er vaak veel vragen naar boven. Een veel voorkomende vraag is: 'Hoe kies ik nu de juiste behandeling?'. Ook volgens patiëntenorganisaties is dit de meest gestelde vraag. Een antwoord hierop kunnen we hier niet geven. We kunnen u wel advies geven hoe u het beste de keuze kunt maken.

Als u de keus heeft uit meerdere behandelingen, betekent dit dat welke behandeling u ook kiest, ze allemaal even goed zijn voor de behandeling van kanker, U kunt in dat opzicht geen foute keuze maken. Wel heeft elke behandeling verschillende voor- en nadelen. Het is aan u om te bepalen welke voor u het zwaarst wegen.

Hiervoor is het belangrijk om te weten wat een behandeling inhoudt en wat deze voor- en nadelen zijn. Uw uroloog heeft u hierover al het een en ander verteld. Mocht dit nog niet duidelijk zijn, dan kunt u altijd contact opnemen met de verpleegkundig consulent of verpleegkundig specialist oncologie. Zij kan u altijd extra informatie of verduidelijking geven. Zij kan ook een afspraak voor u maken met de radiotherapeut als u meer wilt weten over bestraling. Het is belangrijk om bij uw keuze deskundige informatie in te winnen en daarna de voordelen, maar ook de nadelen van de behandelingen op een rijtje te zetten.

Aanvullende behandeling of levensverlengende behandeling

Hormonale therapie

Prostaatkanker ontstaat en groeit onder invloed van het mannelijke hormoon testosteron. Testosteron wordt gemaakt in de zaadballen en voor een klein deel in de bijnieren. De hypofyse (een klier in de hersenen) produceert een hormoon dat de zaadballen aanzet tot de productie van testosteron. De hormonale behandeling bestaat uit het uitschakelen van de invloed van het hormoon testosteron. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Door een operatie of door het gebruik van medicijnen. Bij een operatie wordt het weefsel in de zaadballen dat de hormonen produceert, weggenomen. Deze operatie is in medisch opzicht geen grote ingreep maar kan emotioneel toch veel van u vergen. Ook kan hormonale behandeling met medicijnen plaatsvinden. Er zijn verschillende medicijnen met verschillende werkingen. Sommige medicijnen leggen de hormoonproductie van de hypofyse stil. Andere medicijnen blokkeren de werking van testosteron. In sommige gevallen wordt een combinatie van medicijnen voorgeschreven. Na het staken van deze medicijnen komt de productie van testosteron weer langzaam op gang. Bij een operatie kan de testosteronproductie niet meer op gang komen.

Na verloop van tijd raken tumoren ongevoelig voor de standaard hormonale behandeling. Dit kan na maanden tot jaren zijn en laat zich tevoren moeilijk voorspellen.

Er zijn nieuwe medicijnen beschikbaar die een ander aangrijpingspunt hebben om de ziekte weer onder controle te krijgen zoals Abiraterone (Zytiga) en Enzalutamide (Xtandi).  Tijdens deze hormoontherapie worden zo nodig botversterkende middelen gegeven, afhankelijk van de uitgebreidheid van de prostaatkanker in de botten, in combinatie met vitamine D en calcium.

Hormonale therapie

Chemotherapie

Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdeling remmende medicijnen: cytostatica. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen invloed op de celdeling. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken. De medicijnen worden per infuus toegediend. Chemotherapie wordt meestal pas toegepast als hormonale therapie geen effect meer heeft. Als de behandeling aanslaat leidt dat tot een langere levensduur en een betere kwaliteit van leven. Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Dit kan in sommige gevallen leiden tot een aantal (vervelende) bijwerkingen (haaruitval, misselijkheid, griepachtige verschijnselen, broze nagels). Nieuwe inzichten laten zien dat in sommige gevallen met het gelijktijdig starten van hormoontherapie en chemotherapie een beter resultaat te verwachten is. Bekijk hier meer informatie over chemotherapie.

Chemotherapie

Nucleaire behandeling

Als gevolg van uw ziekte kunnen er uitgebreide uitzaaiingen zijn in de botten. Deze kunnen behandeld worden met radioactieve stoffen zoals Radium (Xofigo) of Samarium (Quadramet). De werking van

deze behandelingen berust op het feit dat het radioactieve stof door de botuitzaaiingen wordt opgenomen en deze lokaal bestraalt. Als de behandeling aanslaat kan dit leiden tot een langere levensduur (radium) en betere kwaliteit van leven (radium/samarium). De behandeling vermindert de botpijnen die door uitzaaiingen worden veroorzaakt en vermindert ook de kans op botbreuken.

Tijdens en na de (curatieve en palliatieve) behandeling blijft u onder controle van uw behandelend specialist.

  • Het aantal controles is afhankelijk van de behandeling. Het controleschema dat voor u geldt, zal met u worden besproken.
  • Tijdens de controlebezoeken zal vooral besproken worden hoe het met u gaat, en of u klachten heeft.
  • Heeft u vragen, stel deze dan gerust.
  • U kunt worden gecontroleerd door de uroloog, de radiotherapeut of door de internist-oncoloog.
Nucleaire behandeling