Trombose › Treant Zorggroep

Trombose

Wat is trombose?

Ook wel: diepe veneuze ziekte, veneuze trombo-embolie

Trombose betekent dat er een bloedstolsel in een bloedvat zit. Daardoor kan het bloed niet goed doorstromen. Soms is het stolsel zo groot dat het een bloedvat helemaal afsluit. Het bloed kan er dan niet meer langs.

Trombose kan overal in het lichaam ontstaan. Maar het komt vooral voor in de benen. Dat komt omdat het bloed daar niet zo snel stroomt. U hebt dan een trombosebeen. Uw been wordt rood en dik en doet pijn.

Soms breekt een stukje van het bloedstolsel af. Dat wordt meegevoerd met het bloed. Verderop kan het vast komen te zitten in een nauwer bloedvat. Bijvoorbeeld in de longen. U hebt dan longembolie. Dat is levensgevaarlijk. Een deel van de longen krijgt geen bloed meer en kan afsterven. Daardoor kunt u niet meer goed ademen.

Wat zijn de symptomen?

Symptomen van een trombosebeen:

  • Uw (onder)been is rood en gezwollen.
  • Een zwaar en vermoeid gevoel in uw been.
  • Het been doet pijn.
  • De aderen zijn opgezet.
  • Het been voelt warm aan.

Symptomen van longembolie:

  • Benauwdheid.
  • Pijn bij het ademen.
  • Slijm en bloed ophoesten.
  • Hartkloppingen.
  • De kans is groot dat u ook al een trombosebeen hebt. Dit is bij 2 op de 3 mensen met longembolie het geval.

Maar het is ook mogelijk dat u helemaal geen klachten hebt.

Wat is de oorzaak?

Normaal stolt het bloed alleen als u een wondje hebt. Het lichaam maakt een stolsel aan en repareert daarmee het wondje. Zo voorkomt het lichaam dat u veel bloed verliest. Bij trombose is dit proces verstoord. Er ontstaat een bloedstolsel terwijl er geen bloeding is. Hiervoor zijn verschillende redenen:

Schade aan de binnenkant van de bloedvaten

Soms zijn de bloedvaten van binnen beschadigd. Het lichaam ziet die schade als een wondje en komt in actie. Het risico op schade aan de bloedvaten neemt toe door roken, diabetes, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol.

Een trage bloedstroom

In sommige situaties gaat het bloed trager stromen. Bijvoorbeeld als u lange tijd in bed moet blijven. Of als u een lange vliegreis maakt en uren stil moet zitten. Het risico op stolsels neemt dan toe. U kunt dit risico verminderen door beenoefeningen te doen. Daarmee stimuleert u de doorbloeding. U kunt bijvoorbeeld rondjes draaien met uw voet.

Verandering in het bloed

De stoffen in het bloed zijn precies met elkaar in evenwicht. Ze zorgen ervoor dat de bloedstolling op gang komt, maar ook weer op tijd stopt. Soms raakt dit evenwicht verstoord. Bijvoorbeeld door een ziekte als kanker. Of door medicijnen of de anticonceptiepil. Of door een erfelijke afwijking. Dan kunnen zomaar bloedstolsels ontstaan.

Wat kunt u zelf doen?

De volgende maatregelen helpen om nieuwe en blijvende klachten te voorkomen:

  • Draag de steunkous iedere dag. Ook op dagen dat het warm is en de kous niet prettig zit.
  • Gebruik uw medicijnen volgens voorschrift.
  • Beweeg voldoende. Daarmee verbetert de doorbloeding. U kunt ook oefeningen doen voor een betere doorbloeding. Bijvoorbeeld rondjes draaien met uw voeten. Uw huisarts of een fysiotherapeut kan u de oefeningen leren.
  • Draag gemakkelijke platte schoenen.
  • Draag geen knellende kleding.
  • Val af als u te zwaar bent. Overgewicht vertraagt de bloedstroom.
  • Leg uw benen hoog als u zit. Het bloed stroomt dan makkelijker terug.
  • Leef gezond. Daarmee houdt u uw bloedvaten gezond.