Slechthorendheid bij kinderen › Treant Zorggroep

Slechthorendheid bij kinderen

Wat is slechthorendheid bij kinderen?

Slechthorendheid bij kinderen komt vaak voor. Het kan verschillende oorzaken hebben. De artsen maken onderscheid tussen twee soorten doofheid.

  • Geleidingsdoofheid
    Hierbij wordt het geluid niet goed doorgegeven aan de gehoorzenuw in het binnenoor. Bekende oorzaken zijn vocht of een gaatje in het trommelvlies. Maar er kunnen meer redenen zijn waarom geluid niet goed doorkomt.
  • Perceptiedoofheid
    Hierbij komt geluid normaal binnen, maar wordt niet goed doorgegeven aan de hersenen. Perceptiedoofheid komt vaak door een afwijking in het binnenoor of aan de gehoorzenuw. Dit type is meestal erfelijk. Soms is een infectie tijdens de zwangerschap de oorzaak. Het kan ook een gevolg zijn van hersenvliesontsteking.

Vroegtijdige ontdekking is belangrijk. Als het kind slecht hoort, beïnvloedt dat de taalontwikkeling. De eerste twee jaar zijn het belangrijkst. Veel verstandelijk gehandicapte kinderen hebben problemen met het gehoor. Ongeveer de helft van de kinderen met Downsyndroom heeft te maken met slechthorendheid.

Slechthorendheid bij baby's

Eén op de 90 pasgeboren kinderen is slechthorend. Bij de helft hiervan is de oorzaak erfelijk. Artsen kunnen steeds beter in een vroeg stadium ontdekken of een kind slechthorend is. Daarom krijgen alle kinderen binnen vier weken een gehoortest op het consultatiebureau. Als blijkt dat het kind niet goed hoort, volgt verder onderzoek. De artsen onderzoeken wat de oorzaak is. Zij willen nagaan of:

  • De doofheid erger wordt.
  • Er sprake is van een syndroom.
  • Er bij de geboorte een virus aanwezig is.
  • Er erfelijke aandoeningen zijn.
  • Er een tumor aanwezig is.

Met een CT-scan en MRI-scan kijken de artsen of er afwijkingen in het binnenoor zijn. Kinderen met een aangeboren gehoorstoornis hebben ook een grotere kans op een oogafwijking. Het kind moet daarom ook naar een oogarts.

Slechthorendheid bij kinderen

Als u vermoedt dat uw kind slecht hoort, ga dan met uw kind naar de huisarts. Die zal een aantal vragen stellen en met een otoscoop in het oor kijken. Kinderen boven de zes jaar krijgen een meting. Die bepaalt hoe groot het gehoorverlies is. Als dit minder dan 30dB is, krijgt u na drie maanden opnieuw een uitnodiging. Als het gehoorverlies meer dan 30dB is, verwijst de arts het kind door naar een audiologisch centrum of een KNO-arts.

Kinderen met een probleem in het binnenoor kunnen baat hebben bij een hoortoestel. Deze toestellen worden steeds beter. Een andere mogelijkheid is een cochleair implantaat. Dit is een apparaatje dat de gehoorzenuw prikkelt en zo geluiden doorgeeft. Het resultaat is wisselend.