Het Multiple Myeloom › Treant Zorggroep

Het Multiple Myeloom

Multipel myeloom, in Nederland vaak ziekte van Kahler genoemd, is een aandoening waarbij er sprake is van een kwaadaardige woekering van plasmacellen. Deze woekering vindt plaats in het beenmerg en gaat met een scala van symptomen gepaard. 

In het beenmerg worden alle cellen gevormd die uiteindelijk in het bloed komen. Het beenmerg bevindt zich in het bot. Plasmacellen in het beenmerg zorgen voor de aanmaak van afweerstoffen tegen virussen en bacteriën. Deze afweerstoffen zijn eiwitten die in het bloed gemeten kunnen worden.

Wanneer kanker in de plasmacellen ontstaat, maken de cellen meestal niet-werkende, abnormale eiwitten aan. De cellen van een multipel myeloom bevinden zich voornamelijk in het beenmerg, dus in de botten. Ze zijn vaak niet overal gelijk verdeeld, maar in ‘haarden’. Bij het voortschrijden van de ziekte kunnen ook de botten rondom het beenmerg aangetast worden. Soms worden de multipel myeloom cellen ook buiten de botten gevonden, bijvoorbeeld in de darmen, longen of lymfeklieren.

Hoe ontstaat het multipel myeloom en hoe vaak komt het voor?

Het is niet bekend hoe het multipel myeloom/de ziekte van Kahler kan ontstaan. Aangenomen wordt dat ergens in de ontwikkeling van voorlopercellen richting plasmacel fouten optreden die vervolgens aanleiding geven tot een ongecontroleerde groei van kwaadaardige plasmacellen.

Het multipel myeloom is zeldzaam en wordt per jaar bij ongeveer 6 nieuwe patiënten per 100.000 inwoners in Nederland gezien. De ziekte komt niet bij kinderen voor en is typisch een aandoening van oudere volwassenen. De helft van de patiënten is ouder dan 65 jaar; de ziekte komt even vaak bij vrouwen als bij mannen voor.

Verschijnselen

Een multipel myeloom uit zich op vijf verschillende manieren. Er bestaan meerdere verschijnselen en ze komen vaak door elkaar voor:

  • Een verhoogde bezinking (een bepaalde bloedtest) en soms bloedarmoede; veel mensen hebben last van moeheid.
  • Een verhoogde gevoeligheid voor infecties (geen goedwerkende antistoffen).
  • Pijn in de botten en soms spontane botbreuken.
  • Verhoogd kalkgehalte in het bloed.
  • Een beschadiging van de nieren door het Bence Jones-eiwit (bij slechts een kleine groep patiënten).