Onderzoek: ‘Te leuk om niet te doen’ › Treant Zorggroep

Onderzoek: ‘Te leuk om niet te doen’

Jan Willem Brakel, verpleegkundig specialist bij Treant, kreeg de ruimte om – naast zijn huidige werkzaamheden - wetenschappelijk onderzoek te doen.

“De functie van verpleegkundig specialist/PA houdt tevens in dat je bereid bent tot het verrichten van medisch wetenschappelijk onderzoek. En daar moet je zin in hebben” aldus de verpleegkundig specialist hart- en vaatziekten. “Want het kost vele vrije tijd uurtjes, alhoewel ik ook veel in diensttijd heb kunnen doen. Ik ben gewoon erg geïnteresseerd in onderzoek en vaatchirurgen stimuleren dit. Uiteindelijk heb ik het hele voortraject zelf uitgedokterd, dus enige ondernemingszin en durf komt dan wel van pas. In de aanloop van mijn onderzoek had Treant nog geen research coördinator voor de broodnodige ondersteuning. Inmiddels is die er wel, dus dat maakt het opstarten van wetenschappelijk onderzoek al weer wat makkelijker."

De verpleegkundig specialist startte in 2012 met een onderzoek om te kijken of je met een eenvoudige scan-apparaat een vergroting van de buikslagader (een aneurysma) kunt ontdekken bij patiënten die lijden aan etalagebenen (perifeer arterieel vaatlijden). “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat patiënten met etalagebenen meer risico lopen op een aneurysma” zegt Jan Willem. “Van de 450 patiënten die in 2012 in het Scheper de diagnose etalagebenen kregen, zouden – op basis van die wetenschappelijke onderzoeken – 30 tot 55 patiënten een vergrote buikslagader moeten hebben. Maar wij vonden er slechts 10. Ik vroeg me af: hoe kan dat? En: hoe zou ik ze wél kunnen vinden?”

In Nederland worden patiënten met etalagebenen niet standaard op een aneurysma gescreend. Men is het er nog niet over eens of dit zinvol en kosteneffectief is. Ook is er geen standaard apparaat op de markt om aorta’s te scannen bij een polibezoek, alhoewel een echografisch of röntgenonderzoek altijd mogelijk is. Jan Willem: “In vakliteratuur kwam ik een studie tegen van het Erasmus MC. Daar was men er in geslaagd met een aangepaste blaasscanner aneurysma’s te ontdekken zonder tussenkomst van de radiologie. Ik wilde kijken of we deze resultaten ook konden behalen in een niet-academische omgeving.”

“In september van dit jaar heb ik – eindelijk! - mijn onderzoek mogen presenteren tijdens het Europese congres voor vaatchirurgie (ESVS) in Valencia in Spanje. Dankzij de medewerking van meer dan 100 patiënten, kon ik melden dat het inderdaad mogelijk is met behulp van een aangepaste blaasscanner vergrote buikslagaders te ontdekken. De scantechniek werkte bij de meeste patiënten uitstekend. Maar uit mijn onderzoek bleek ook dat bij patiënten met een buikomvang van meer dan 115 cm een röntgenfoto betrouwbaarder is. Jammer genoeg heeft de leverancier besloten de betreffende scanners niet meer te maken; dit onderzoek krijgt helaas dus geen vervolg. Ik blijft de patiënten met etalagebenen wel scannen, het apparaat hebben we tenslotte. Zij hebben er baat bij, en het kost slechts twee minuten tijd.”

“Of ik nog eens een wetenschappelijk onderzoek ga doen? Ik denk het wel. Het is te leuk om het niet te doen. Echter er komen ook andere zaken op mij af zoals harmonisering van protocollen en richtlijnen voor verdere substitutie van zorg. Ik geef ook met veel plezier bij- en nascholingen op hart- en vaatgebied, inclusief reanimatietrainingen. Dus of het op korte termijn lukt is nog maar de vraag. We zullen het zien.”