Metaal op metaal heupprothesen › Treant Zorggroep

Metaal op metaal heupprothesen

Aanpak problemen metaal op metaal heupprothesen

In de media zijn de afgelopen tijd berichten verschenen over mogelijke klachten die kunnen optreden bij metaal op metaal scharnierende heupprotheses koppen met een grote diameter. Veel aandacht gaat uit naar de “fietsbel” resurfacing heupprothese. De klachten kunnen in minderen mate ook voorkomen bij andere metaal op metaal scharnierende heupprotheses.

Om welke heupprotheses gaat het?

Om onduidelijkheid hierover te voorkomen is er recent op landelijk niveau door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) een richtlijn opgesteld voor prothesen met een metalen kop scharnierend in een metalen kom. Het gaat hierbij om protheses waarbij de heupkop 36 millimeter of groter in doorsnee is. Een zeer beperkt aantal patiënten kreeg de afgelopen jaren in het Scheperziekenhuis een heupprothese met metalen kop van 36 millimeter of groter. Het betreft hier een prothese van het type Magnum,van de firma Biomet. Een grotere groep patiënten heeft de afgelopen jaren in het Scheperziekenhuis een resurfacing heupprothese (“fietsbel”) geplaatst gekregen van het type Adept van de firma Oudshoorn of het type Converse van de firma Wright Medical Group Company. In het Scheperziekenhuis zijn echter geen resurfacing heupprotheses van het type ASR van de firma Dupuy geplaatst, welke veel in opspraak is geweest.

Waardoor ontstaan klachten?

Door de wrijving van metaal op metaal kunnen op den duur hele kleine metaaldeeltjes (metaalionen) van de prothese loslaten en in de bloedbaan terecht komen. Dit is overigens een normaal verschijnsel en treedt altijd op bij dit soort prothesen. Soms is deze slijtage hoger bij bepaalde typen metaal op metaal prothesen. In dat geval kunnen bij een klein percentage van de patiënten klachten optreden ten gevolge van een weefselreactie op de metaaldeeltjes. Dit kan leiden tot veranderingen rond het gewrichtskapsel van de heup waardoor de prothese kan loslaten. De klachten die zouden kunnen passen bij een reactie op metaalionen zijn: Pijnklachten in lies of bil, al dan niet met zwelling in lies.

Jaarlijkse controle
Naar aanleiding van de problemen rondom de Metaal-Op-Metaal (MOM-) heupprothese hebben wij vorig jaar alle patiënten die in het Scheperziekenhuis geopereerd zijn en waarvan bekend is dat zij een MOM-heupprothese hebben, een Cobaltchroombepaling laten prikken. De patiënten hebben een brief gehad met de uitslag. Ook hebben de patiënten, zoals gebruikelijk, hun jaarlijkse controle afspraken gehad op de polikliniek met aanvullend röntgenonderzoek en cobaltchroombepaling.

Indien de patiënten geen/weinig klachten hebben en de Cobaltwaarde binnen de norm (vastgesteld door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging NOV) vallen, zullen wij de jaarlijkse controle met röntgenonderzoek en lab blijven aanhouden.

Indien patiënten klachten hebben en/of de Cobaltwaarde (sterk)verhoogd zijn, wordt in overleg met de patiënt en specialist een botscan of een speciale MRI van de heupen verricht met MARS-software. Deze MRI-scan’s kunnen helaas alleen in Rotterdam, Amsterdam en Den Bosch uitgevoerd worden. Naar aanleiding van de uitslag en de klachten zal na goed overleg met patiënt en de orthopeed besloten worden tot eventueel reviseren van de heupprothese.

Het is overigens niet nodig om bij iedereen de prothese te vervangen. Wij verwachten dat de prothese bij een groot aantal mensen geen klachten zal geven. Mochten patiënten twijfels of vragen hebben, dan kunnen zij uiteraard een afspraak maken op het spreekuur voor verdere uitleg. T.C. Smulders is het aanspreekpunt en tevens behandelend specialist wat betreft deze problematiek.

 

Richtlijnen metaalspiegels Kobalt opgesteld door NOV:

Kobalt (Co)serumwaarde:

Benaming

Klinische consequenties:

< 2 µg/L (<40 nmol/l)

Normaal

Geen; jaarlijkse controle

2-5 µg/L (40-85 nmol/l)

Licht verhoogd

Nauwkeurige klinische controle; bij klachten Mars MRI/CT/botscan of echo

5-10 µg/L (85-170 nmol/l)

Verhoogd

Nader onderzoek: Mars MRI/Botscan/CT of echo

>10 µg/L (<40 nmol/l)

Sterk verhoogd

Alarmsignaal; in combinatie met klachten en resultaten beeldvormend onderzoek kan leiden tot de beslissing een revisie operatie uit te voeren. Patiënt in ieder geval intensief controleren (elk half jaar)

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u uiteraard contact opnemen met T.C. Smulders, orthopaedisch chirurg of

N. Zwerink, coördinator poli Orthopedie. Wij zijn bereikbaar op telefoonnummer: 0591-691446.

Februari 2015