Nierfunctie adviestraject (NAT-poli) (U99.01) (E) › Treant Zorggroep

Nierfunctie adviestraject (NAT-poli) (U99.01) (E)

Doelstelling

Afstemming beleid verwijzen van patiënten met chronische nierschade van eerste naar de tweede lijn.

Begrippen

Uitgedrukt in mg Albumine / kreatinine ratio

Micro-albuminurie

20-200mg/l in portie urine
30-300mg/dag in 24-uurs verzameling
♂<25,♀< 35 mg albumine /
mmol kreatinine
Macro-albuminurie > 200 mg/ in portie urine
> 300 mg/dag in 24-uurs verzameling
♂ >25, ♀ >35 mg albumine /mmol/l kreatinine


Nierfunctie De maat die landelijk en regionaal gebruikt wordt voor het bepalen van de nierfunctie is de MDRD formule. Deze maakt gebruik van het serumkreatinine om een schatting te geven van de klaring, de eGFR. Alleen een eGFR <60 ml/min/1.73m2 is klinisch relevant. De MDRD is in een aantal gevallen niet volledig betrouwbaar:

  • bij het negroïde ras
  • bij een gewicht < 60 kg
  • bij verminderde spiermassa (bijv. ouderen)
  • bij sterk toegenomen spiermassa

Consultatie tweede lijn

  • Patiënten < 65 jaar met een eGFR tussen 45-60 ml/min/1.73m2 en snelle achteruitgang nierfunctie (> 3 ml/min per jaar)
  • Afname eGFR > 20%, danwel stijging kreatinine >20% t.o.v. baseline
  • Stijging (micro-) albuminurie ondanks adequate behandeling

Verwijscriteria naar tweede lijn / NAT-poli

  • Patiënten met macro-albuminurie
  • Patiënten > 65 jaar met een eGFR < 30 ml/min/1.73m2
  • Patiënten < 65 jaar met een eGFR < 45 ml/min/1.73m2
  • Patiënten met eGFR <60 ml/min/1.73m2 of micro-albuminurie in combinatie met (of vermoeden van)
    • recidiverende pyelonefritis
    • anti-reflux operaties op kinderleeftijd
    • nefrectomie
    • persisterende en specifieke afwijkingen in het urine sediment (dysmorfe erytrocyten en/of celcilinders)
    • nierziekte in de familie
    • bekende auto-immuunziekte

Retourinformatie / terugverwijzing

Nefroloog stuurt binnen twee weken na het polikliniekbezoek een brief aan de huisarts. Bij stabiele nierinsufficiëntie, voldoende controle albuminurie / proteïnurie (en geen onderliggende nierziekte) verwijst de nefroloog terug naar de huisarts. De nefroloog geeft adviezen ten aanzien van:

  • controles door de huisarts: parameters en tijdsinterval
  • wanneer reden voor overleg
  • wanneer weer indicatie voor verwijzing

Voorbereidingen huisarts bij verwijzing

Toelichting traject NAT-poli:

  • patiënt krijgt een uitnodiging via polikliniek dialyse;
  • deze bevat een schema voor urine- en bloedonderzoek, echo nieren (formulieren worden niet toegestuurd, maar blijven in SZE), intake NP-er en afspraak nefroloog;
  • patiënt krijgt een folder over de NAT-poli toegestuurd, deze bevat ook instructie omtrent het verzamelen van 24-uurs urine.
  • Meegeven van een urinepotje (sediment) en 24-uurs bokalen of aangeven dat deze bij lab sze opgehaald kunnen worden.

Voorgeschiedenis (DM, HT), beloop en medicatie

Aanwijzingen voor de patiënt

Patiënt krijgt binnen één week een oproep.
Indien dit niet gebeurt dient patiënt te bellen met 
de polikliniek Interne 0591-691360
of afdeling dialyse 0591-691730 (24/7 bereikbaar).   

Bij het maken van de afspraak vermelden

NAT-poli.

Spoedverwijzing

 Acute nierinsufficiëntie of nefrotisch syndroom. Telefonisch overleg met de dienstdoende nefroloog via 0591- 691535.

Samenstelling werkgroep

Dhr. W. Haanstra, nefroloog
Dhr. S. Handgraaf, huisarts
Mw. J. Mulder, nefroloog
Dhr. E. Poorts, huisarts


Augustus 2011