Kindermishandeling (Z16) (E) › Treant Zorggroep

Kindermishandeling (Z16) (E)

Deze werkafspraak wil de samenwerking tussen huisarts, ziekenhuis en JGZ bevorderen bij de signalering en aanpak van kindermishandeling (KM), een probleem waarbij de veiligheid van het kind centraal staat. De complexiteit van de gezinsproblematiek waarin kindermishandeling voorkomt maakt samenwerken, overleg en het afspreken wie coördineert noodzakelijk. Het gaat om ouders die onvoldoende de veiligheid voor hun kind kunnen waarborgen, hiervan is met name sprake bij iedere vorm van huiselijk geweld. Iedere arts maakt bij voorkeur een vermoeden van KM zelf bespreekbaar bij ouders. Doel is een werkwijze te bevorderen waarin artsen gebruik maken van elkaars competenties (kennis en kunde), expertise en netwerken bij de signalering en aanpak van KM. In ieder overleg wordt afgesproken wie de coördinerende rol heeft

Definitie kindermishandeling

Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die ouders of andere personen tot wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. De definitie bevat de volgende elementen:

  • het slachtoffer is minderjarig (onder 18 jaar)
  • de dader is in een afhankelijkheidsrelatie met de minderjarige
  • mishandelen kan zijn fysiek en psychisch en verwaarlozing.

Het getuige zijn van ruzie en geweld tussen ouders is een ernstige vorm van kindermishandeling, daarom meldt de politie gezinnen met kinderen altijd als er sprake is van partnergeweld.

Screeningsvragen bij lichamelijk letsel

  • Komt het verhaal overeen met het letsel?
  • Is dit een gebruikelijke plaats voor dit soort letsel/klacht?
  • Komt het verhaal van kind en ouders/begeleiders overeen?
  • Is de ondernomen actie adequaat?
  • Klopt de interactie tussen ouders/begeleiders en kind?

Als op één van de vragen nee geantwoord wordt, dient het SPUTOVAMO formulier ingevuld te worden.

Alarmsignalen

Verder dient gelet te worden op de volgende alarmsignalen bij anamnese en onderzoek:

  • Delay tussen ongeval en melding bij hulpverlener
  • Discrepantie tussen gerapporteerde toedracht en gebleken letsel
  • Shopping gedrag, frequent doktersbezoek
  • Foutief medicatiegebruik
  • Tekenen van fysieke en emotionele verwaarlozing
  • Bijzondere fracturen die vermoedens van kindermishandeling ondersteunen
  • Blauwe plekken op bijzondere plaatsen en/of met ongewone vorm
  • Aandacht voor niet-pluisgevoel

Beleid bij vermoeden kindermishandeling

De KNMG meldcode kindermishandeling is uitgangspunt. Belangrijke elementen uit de meldcode:

  • Het overleggen met of consulteren van het AMK stap 2. Iedere medische professional die (ook maar) een vermoeden heeft van KM, dient (verplicht) te overleggen met het AMK. Medische vragen worden met de vertrouwensarts besproken, overige vragen met de bureaudienst. Zij kunnen helpen met de inschatting “is hier een vermoeden op KM gerechtvaardigd?” en “moet ik wel of niet melden?” Ook kunnen ze goede adviezen geven over hoe een dergelijk proces aan te pakken: (Hoe) bespreek ik dit met ouders? Hoe houd ik mij aan de juridische regels? Wie van de betrokken hulpverleners kunnen we indien nodig de melding laten doen?
  • Overleg van betrokken professionals (stap 4 meldcode KNMG) is aan te bevelen maar komt dus niet in plaats van het AMK.
  • Verslaglegging: een gedetailleerde en feitelijke beschrijving van de bevindingen is van groot belang.
  • Monitoren: hoe gaat het met het gezin, blijven vervolgen. Artsen maken duidelijke afspraken wie gaat monitoren.

Communicatie en bereikbaarheid

Wijze van communiceren en elkaar bereiken bij een vermoeden op KM:

Allen maken bij voorkeur een vermoeden van KM zelf bespreekbaar bij de ouders (en het kind > 12 jaar) en daarna zo mogelijk bij andere zorgverleners. Benadruk je zorgen over de veiligheid van het kind.

Huisarts

  • Gaat na wat bekend is van het gezin in het HIS en legt zonodig contact met het gezin.
  • Betrekt daarbij indien mogelijk ook de contacten op de HAP en SEH van kinderen en ouders.
  • Doet altijd navraag bij de jeugdarts 0-19 jaar bij een eigen vermoeden van KM én spreekt af wie coördineert.
  • Neemt waar nodig contact op met andere betrokken zorgverleners (kinderarts) of betrokkenen.
  • Is extra oplettend bij kinderen van ouders met psychische problemen.
  • Bereikbaar via overleglijn, spoedlijn of 06-nummer.

HAP (huisartsenpost)

  • Bij een acuut onveilige situatie (met gevaar voor het kind zelf) bespreekt de dienstdoende huisarts dit met het Team Spoedeisende Zorg van Bureau Jeugdzorg Drenthe 0592 - 383790. Er is een mogelijkheid van consultatie van de kinderarts. Als het kind niet in het ziekenhuis opgenomen moet worden, regelt Bureau Jeugdzorg de opvang.
  • De dienstdoende arts meldt signalen en een vermoeden op KM aan de eigen huisarts met opgave van bereikbaarheid en zoekt zelf actief contact met de eigen huisarts.
  • Tevens vult de dienstdoende huisarts het SPUTOVAMO-formulier in. De aandachtsfunctionaris kindermishandeling (huisarts R. Rode) neemt dan binnen 1 week contact op met de dienstdoende en de eigen huisarts om de bevindingen te bespreken.

Bereikbaar: managementassistente via 0900- 1120112 voor (telefoon)gegevens van huisarts/waarnemer die het kind gezien heeft.

Jeugdarts 0 tot 4 jaar

  • Gaat na wat bekend is van het gezin in het dossier en legt zonodig contact met het gezin.
  • Bij het 3 maal niet verschijnen op een afspraak, volgt een huisbezoek (na 1 keer wordt een nieuwe afspraak gemaakt, de tweede keer volgt een brief).
  • Doet altijd navraag bij de huisarts bij een eigen vermoeden op KM en spreekt af wie coördineert.
  • Neemt contact op met betrokken anderen: peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, jeugdgezondheidszorg (broertjes en zusjes), specialist (kinderarts), casusoverleg huiselijk geweld (ASHG) en werkt met de verwijsindex (@risk).

Bereikbaar: via Icare 0522 – 279999 en/of vragen naar de aandachtsfunctionaris kindermishandeling.

Jeugdarts 4 tot 19 jaar

  • Gaat na wat bekend is van het gezin in het dossier en legt zonodig contact met het gezin. Doet op indicatie onderzoek bij een kind, ook op verzoek van derden b.v. school, collega’s.
  • Een huisbezoek behoort tot de mogelijkheden. Dit gebeurt bij het 3 maal niet op een afspraak verschijnen én zorgen over de ontwikkeling op basis van het kinddossier of vanuit school.
  • Doet altijd navraag bij de huisarts bij een vermoeden op KM en spreekt af wie coördineert.
  • Kan navraag doen bij professionals in het 2e en 3e milieu van het kind zoals overleg met school, buurtnetwerk, werkt met de verwijsindex (@risk) en casusoverleg huiselijk geweld (ASHG).

Bereikbaar: via GGD Drenthe 0592 – 306300 en/of vragen naar aandachtsfunctionaris kindermishandeling.

Radioloog

  • Belt de huisarts bij specifieke botbreuken (zoals bv ribfracturen, femurfracturen, humerusfracturen bij jonge niet lopende kinderen die gerelateerd kunnen zijn aan KM). Indien de huisarts niet bereikt is, wordt een verzoek tot terugbellen van de huisarts op de schriftelijke uitslag genoteerd.
  • Verzorgt de gebruikelijke schriftelijke terugrapportage.

Bereikbaar: via SZE 0591 691911 of rechtstreeks.

SEH, Spoedeisende hulp: betrokken specialist

  • Staat toe dat HAP laagdrempelig kan verwijzen bij vermoeden van kindermishandeling. Evt. kan dd huisarts de patiënt begeleiden naar de SEH.
  • Elk kind tot 12 jaar met letsel krijgt een top-tot-teen-onderzoek. Bij kinderen in de leeftijd 12 tot 18 jaar kan daar, bij duidelijk ontbreken van indicatie, van worden afgezien.
  • Bij meerdere contacten met de SEH is dit goed zichtbaar in het ZIS/Xcare.
  • Bij iedere patiënt < 18 jaar die de SEH bezoekt, worden vijf signaleringsvragen over KM gesteld.
  • Als één van de signaleringsvragen met nee beantwoord is, wordt het SPUTOVAMO-formulier ingevuld door de SEH-verpleegkundige.
  • De SPUTOVAMO-formulieren worden in Xcare opgeslagen en zijn naderhand in te zien.
  • Het interne protocol signalering KM wordt gevolgd. De betrokken specialist (of dd arts) neemt telefonisch contact op met de (dienstdoende) huisarts conform interne protocol wanneer er sprake is van signalen die niet voldoende zijn om het vermoeden te rechtvaardigen. Bij een vermoeden op KM wordt het AMK gebeld door de dienstdoende SEH-arts, SEH-verpleegkundige of kinderarts.
  • De specialist is verantwoordelijk c.q. regievoerder tot in onderling overleg besloten is wie coördineert.
  • Als tijdens de SEH-bespreking alsnog een vermoeden op KM ontstaat b.v. door de aard van de breuk wordt telefonisch contact opgenomen met de huisarts door de betrokken hoofdbehandelaar.

Bereikbaar: via Scheper 0591 691222 (SEH) of 0591 691911 (dd specialist).

Kinderarts

  • Neemt contact op met huisarts en betrokken anderen (jeugdarts) bij een vermoeden op KM.
  • Is beschikbaar voor consultatie bij vragen over aanpak en signaleren door andere ziekenhuismedewerkers, collega specialisten, huisartsen, jeugdartsen.
  • Heeft de mogelijkheid van een gedegen top-tot-teen-onderzoek en indien geïndiceerd de mogelijkheid van een opname.

Bereikbaar: via receptie Scheper of rechtstreeks.

Samenvatting acties

Verwijzing eigen huisarts:     
Bij contact in diensturen, indien bespreekbaar met ouders. Uitleg dat doorgegeven wordt aan eigen huisarts dat ouders een  afspraak maken. Melding in dossier.

Begeleiding eigen huisarts:      
Indien ingeschatte ernst dit toelaat en er vertrouwen is in de veiligheid van het kind. Wel altijd melden bij AMK.

Overleg kinderarts:                  
Eventueel gevolgd door consultatie, ook in diensturen.

Opname kinderarts:                
Bij bedreigde veiligheid kind in combinatie met een medische indicatie.

AMK: 
Er kan bij het AMK ook alleen (anoniem) advies gevraagd worden.
Telefoon AMK Drenthe 0592 378128, of anders 0900 123 12 30.

Overzicht belangrijke adressen en telefoonnummers

Huisartsenpost Emmen CHD

0900 112 01 12
Ronald Rode,
aandachtsfunct. KM

Kinderarts Scheper 0591 69 19 11
Jeugdarts via GGD Drenthe

0592 30 63 00
Juliette Heetman,
aandachtsfunct. KM

Jeugdverpleegkundige via Icare

0522 27 99 99
Judith Groot,
aandachtsfunct. KM

Spoedeisende hulp Scheper 0591 69 12 22
Raad voor de kinderbescherming Locatie Groningen en Drenthe:
050 751 20 00
www.kinderbescherming.nl
AMK (Advies- en MeldpuntKindermishandeling)

www.amk-nederland.nl 
AMK Drenthe 0900 123 12 30
(www.bjzdrenthe.nl) 0592 37 81 28

Bureau Jeugdzorg www.bureaujeugdzorg.info 
Bureau Jeugdzorg Drenthe 0592 38 37 90
Politie / justitie

112
0900 8844

Meldcode KNMG Artsen en Kindermishandeling Vernieuwde Meldcode artsen en kindermishandeling en stappenplan KNMG sept. 2008: www.knmg.nl/publicaties meldcode kindermishandeling.
Steunpunt Huiselijk Geweld

www.huiselijkgeweld.nl
Locatie Drenthe: 0592 30 63 00
(landelijk 0900 371 17 11)

Centrum Jeugd en Gezin www.centrumjeugdengezin.nl 0800 8505050

Samenstelling werkgroep

Mw. I. Brummer, SEH-arts
Mw. J. Groot, jeugdverpleegkundige Icare 
Mw. J. Heetman, jeugdarts GGD
Mw. W. Kingma, maatschappelijk werk Scheper Ziekenhuis
Mw. L. van Overbeek, kinderarts
Dhr. R. Rode, huisarts
Mw. T. Wijngaard, SEH-verpleegkundige

Maart 2013