Publiekslezing 'Moeder- en kindzorg 2.0' op 30 september › Treant Zorggroep

Publiekslezing 'Moeder- en kindzorg 2.0' op 30 september

Geplaatst op: 4 september 2014

Op dinsdag 30 september vond de laatste publiekslezing plaats in het kader van '100 jaar Bethesda'. Ditmaal met als onderwerp 'Moeder- en kindzorg 2.0'. Deze lezing werd verzorgd door Kindergeneeskunde, Gynaecologie en Verloskunde.

De zorg voor moeder en kind is volop in beweging. Vooral de geboortezorg krijgt veel aandacht. Al voor de zwangerschap is er aandacht voor een gezonde leefstijl van de beide ouders. Voor, rond en na de geboorte wordt de ontwikkeling van het kind goed in de gaten gehouden, ook wanneer het kind opgroeit.

Kinderarts Bas Delsing legde uit wat de veranderingen waren in de zorg voor moeder en kind.
Aan het begin van de 20e eeuw was de zuigelingensterfte 150 op 1000. Infectieziekten waren een grote zorg en er waren nauwelijks mogelijkheden voor behandeling. Ook sterfte in het kraambed was geen uitzondering. In de loop der jaren zijn er allerlei hygiënemaatregelen getroffen, werd in de jaren ’30 antibiotica ontdekt en kwam er een rijksvaccinatieprogramma. Daarnaast maakten narcose en bloedtransfusies veilige operaties mogelijk. De zorg voor moeder en kind is dan ook enorm verbeterd. De kindersterfte is Nederland is nu 5 op 1000. Dat is nog hoog wanneer je het vergelijkt met Europese cijfers. In Nederland is de norm voor levensvatbaarheid 24 weken. Het overgrote deel van de baby’s dat dan wordt geboren, overleeft. De visie dat er zorg wordt geboden aan moeder en kind, buigt momenteel om naar zorg voor het hele gezin. Want haal je iemand uit het gezin, dan ontwricht je het hele gezin.

Teamleider Vrouw en Kind Esther Nieuwschepen vertelde over gezinsgerichte zorg, waarbij alle leden van het nieuwe gezin centraal staan.
Tot de 19e eeuw werd kraamzorg verleend door grootmoeder, buurvrouw of bakers. Rond 1900 was de kindersterfte van 37% aanleiding voor de eerste opleiding tot bakers. In 1925 kwam de eerste echte opleiding tot kraamzorg, met de bekende rust, reinheid en regelmaat. In 1998 werd gezinsgerichte zorg geïntroduceerd, afkomstig uit de VS. Gezinsgerichte zorg draait niet alleen om medische voorzieningen in het ziekenhuis. Maar ook om het ontwikkelen van vaardigheden, vertrouwen en het nemen en van eigen beslissingen en zelf maken van keuzes.
Binnen de gezinsgerichte zorg gaan we van aanbod- naar vraaggerichte zorg, waarbij de patiënt in de zorg van een multidisciplinair team centraal staat. Gezinsgerichte zorg bestaat voor 20% uit de gebouwde omgeving en voor 80% uit de werkwijze van de zorgverleners. De voordelen van gezinsgerichte zorg zijn onder meer dat de hechting van de moeder, de nieuwgeborene én het gezin verbetert, het samenzijn wordt gestimuleerd en dat het gezin kennis en zelfvertrouwen opdoet. De rol van de verpleegkundige verandert daarbij steeds meer naar coachend. Bij premature kinderen heeft het samen houden van moeder en kind prioriteit. Gezinsgerichte zorg in Bethesda betekent onder andere dat de partner waar mogelijk kan blijven slapen, dat moeder en kind op dezelfde kamer verblijven en dat ouders altijd toegang hebben tot het kind. De visie op gezinsgerichte zorg is dat de patiënt onlosmakelijk onderdeel van het gezin is.

Gynaecoloog Margreet Miedema lichtte het begrip ‘keizersnee 2.0’ toe.
Een keizersnede is de meest uitgevoerde operatie ter wereld. Toch is het belangrijk om een keizersnede alleen uit te voeren wanneer daar medisch gezien een goede reden voor is. Wanneer je een keizersnede uitvoert, geeft dat een risico voor komende zwangerschappen. In Ziekenhuis Bethesda krijgen we zelden de vraag voor een sectio zonder indicatie. Een geplande keizersnede wordt bij voorkeur uitgevoerd na 39 weken, omdat dan de longen genoeg gerijpt zijn, waardoor er weinig ademhalingsproblemen zijn. De keizersnede 2.0 noemen we ook wel een ‘gentle sectio’. Daarmee wordt bedoeld dat ouders kunnen meekijken bij de operatie en dat de operatie langzaam wordt uitgevoerd, waardoor de ademhaling van het kind beter op gang komt. Nadat het kind is afgenaveld, afgedroogd en kort is gecontroleerd door de arts, wordt het bloot bij de moeder op de borst gelegd tijdens het hechten van de buik. Vrijwel altijd vindt deze ingreep plaats onder verdoving met een ruggenprik. Deze ‘gentle sectio’ wordt nu ongeveer een jaar uitgevoerd in Bethesda. Deze ingreep wordt in principe op deze manier zowel bij geplande als ongeplande sectio’s uitgevoerd mits de conditie van moeder en kind dit toelaat.

Hoe ontwikkelingsgerichte zorg er op de kinderafdeling uitziet, legde kinder- en neonatologieverpleegkundige Nienke Smit-Blokzijl uit.
In de loop van de jaren is de zorg aan de kwetsbare groep te vroeg geboren baby’s flink veranderd en verbeterd. Vanaf 24 weken zijn baby’s levensvatbaar, maar de baby is natuurlijk erg klein en licht en organen zijn nog lang niet klaar met uitrijpen. Vooral de darmen, longen en hersenen hebben nog een lang traject te gaan. Vanaf 32 weken zwangerschapsduur kunnen ze ook in Bethesda geboren worden. Rond twaalf weken zwangerschap zijn alle organen gevormd. Hoe langer een baby in de baarmoeder zit, hoe beter dit is voor de ontwikkeling. Het vruchtwater beschermt tegen licht, geluid en infectie. In de zorg voor prematuren is de ontwikkelingen van de hersenen een essentieel aandachtspunt. Als de baby niet meer in de baarmoeder zit, moeten we proberen de functies van de baarmoeder waar mogelijk is over te nemen. Naar aanleiding van ontwikkelingsproblemen die kunnen ontstaan bij een te vroeg geboren baby, kwam in Amerika in de 80-er jaren de NIDCAP-methode. Deze methode heeft drie uitgangspunten: het verminderen van stress bij het kind (comfort), het bevorderen van de ontwikkeling van het kind en het bevorderen van de band (hechting) tussen ouders en kind. Inmiddels is deze ontwikkelingsgerichte zorg geïntegreerd in alle ziekenhuizen waar premature baby’s worden verzorgd, ook bij Bethesda.

Paul Asbreuk, voorzitter van het regionale ketenproject ‘Bij een goed begin hoort een goede start’, vertelde over het belang van de tijd vóór en aan het begin van de zwangerschap.
Het project is een initiatief binnen de gemeenten De Wolden, Hoogeveen en Midden-Drenthe en richt zich op een gezonde zwangerschap, lage perinatale sterfte en gezonde kinderen. Binnen het ketenproject hebben we aandacht voor de gehele periode van anticonceptie tot jong gezin. Het doel van het project is om het eerste contactmoment van tien weken zwangerschap te verschuiven naar het begin van de preconceptiefase. Gedurende het hele traject zijn communicatiemiddelen nodig die op elkaar zijn afgestemd, bijvoorbeeld voorlichting op de middelbare school en community management van jonge gezinnen. Het in kaart brengen en onderhouden van een sociale kaart is nodig om te zorgen dat alle expertise optimaal ingezet wordt. Een van de doelen van het project is gedragsverandering en doorbreken van het generatie-op-generatie effect.
Risicofactoren tijdens de zwangerschap zijn onder andere roken, obesitas en alcohol. Van de zwangeren rookt 6,3%, bij laagopgeleide vrouwen ligt dit percentage zelfs op 12,5%. Bij rokende moeders is er bij 10% sprake van een vroeggeboorte, bij 30% geldt een groeivertraging. Ook is er sprake van een verminderde vruchtbaarheid en een verhoogde kans op miskramen. Een andere risicofactor tijdens de zwangerschap is obesitas. Dit geldt bij een BMI van 29 en komt voor bij 6 tot 28% van de zwangeren. Van de zwangeren gebruikt 7,6% alcohol. Ook hier kleven grote risico’s aan, onder meer voor de baby. De relatie tussen de hoeveelheid alcohol en het effect ervan is onduidelijk.